Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.4

Berekening benodigde incidentele weerstandscapaciteit

Onderdeel van Nota Weerstandsvermogen & Risicobeheersing 2025-2028

Naris Op grond van het risicoprofiel dat is ingevoerd in Naris, wordt een risicosimulatie uitgevoerd van de risico’s met een financieel gevolg. Dat is een simulatie waarbij ervan uit wordt gegaan dat de risico’s zich nooit op één moment én allemaal tegelijk én allemaal in hun maximale omvang voordoen. Op basis van de risicosimulatie wordt door steekproeven berekend welk bedrag er nodig is aan benodigde weerstandscapaciteit. Van welke simulatiemethode maakt NARIS gebruik? Simulatie wordt op basis van de Monte Carlo-methode berekend. Door middel van een simulatie worden 100.000 trekkingen gedaan, waarbij op basis van de kansen en gevolgen van alle risico’s verschillende scenario’s worden nagebootst. Er worden dus 100.000 verschillende scenario’s doorgerekend, waarbij een risico zich de ene keer wel voordoet en de andere keer niet. Tevens kan de omvang van het risico verschillen per scenario. De software Naris verzorgt deze analyse, waarbij elke berekening (binnen een bepaalde bandbreedte) nieuwe uitkomsten oplevert. Voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit worden de risico’s met een financieel negatief gevolg als onderstaand meegerekend in de simulatie: Risico’s met een structureel gevolg vermenigvuldigen met de factor 2. Als zekerheid 90% hanteren. De uitkomst vermenigvuldigen met de factor 1,2. Ad 1. Risico’s met een structureel gevolg vermenigvuldigen met de factor 2. Er zijn risico’s met een eenmalig negatief financieel gevolg, maar er zijn ook risico’s die een permanent (structureel) negatief financieel gevolg kunnen hebben. Deze laatste categorie kan met een factor van 1 (= 1 jaar) of hoger worden meegenomen in de berekening. Het gaat hier om de afweging tussen voldoende tijd voor beheersing versus onnodig geld reserveren. Een voorbeeld is het risico dat de Uitkering Gemeentefonds of de kosten voor het Sociaal Domein negatief uitpakken. Met factor 1 is er één jaar de tijd om dit gevolg te beheersen, met factor 2 is er twee jaar de tijd, etc. etc. Vanuit het oogpunt van meer zekerheid zijn er gemeenten die voor een factor 3 kiezen, oftewel drie jaar de tijd nemen om het risico te beheersen of te vertalen in de begroting. Volgens de voorgestelde werkwijze worden de structurele risico’s welke zich in het eerste begrotingsjaar (stel 2025) voor kunnen doen vermenigvuldigd met de factor 2. Structurele risico’s welke zich eerst in het tweede begrotingsjaar (stel 2026) voor kunnen doen worden vermenigvuldigd met de factor 1 en structurele risico’s welke zich eerst in het derde of vierde begrotingsjaar (stel 2027 of 2028) voor kunnen doen worden vermenigvuldigd met de factor 0. Ad 2. Als zekerheid 90% hanteren Redenen om met een zekerheidspercentage te rekenen zijn: Afhankelijk van de risicobereidheid wordt een zekerheidspercentage gekozen. Hoe groter de bereidheid hoe lager het percentage/hoe lager de bereidheid hoe hoger het percentage. Naarmate het zekerheidspercentage toeneemt, neemt het te reserveren bedrag toe. Naarmate het zekerheidspercentage toeneemt, is het waarschijnlijker dat het daardoor gereserveerde voldoende is om de risico’s op te vangen. De keuze van de hoogte van het zekerheidspercentage voor het opvangen van de risico’s is vrij. De keuze ligt tussen de 5% en 95%. Het gaat om de inschatting van de beste verhouding tussen (voldoende) geld voor risico’s enerzijds en geen onnodig geld reserveren anderzijds. Veel gemeenten kiezen voor een percentage van 90%. Gemeente Waadhoeke stelt dat het bedrag dat uit de simulatie komt met een zekerheidspercentage van 90% voldoende is om de risico’s daadwerkelijk af te dekken. Ad 3. De uitkomst vermenigvuldigen met de factor 1,2. Tenslotte kiest de gemeente ervoor om de uitkomst van de simulatie te vermenigvuldigen met factor 1,2. Redenen om met een factor te rekenen, zijn: Er kunnen niet van te voren ingeschatte risico’s optreden (‘de zogenaamde zwarte zwanen’ = Corona!); De werkwijze van de gemeente Waadhoeke om risico’s voorzichtig (financieel laag) in te schatten. Wanneer er te veel onduidelijkheid is over het mogelijke financiële gevolg, dan wordt het risico met gevolg op € 0 geschat; Achtervang voor de dekking van de structurele risico’s van meer dan twee jaar (zie ook onder structurele risico’s). De werkwijze van de gemeente Waadhoeke om in de meerjarenraming maximaal gebruik te maken van de toezichtscriteria (bijv. op het gebied van Hervormingsagenda jeugdzorg en de CDOKE-gelden (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energie)). Het streven kan zijn op termijn toe te werken naar een factor 1,0. Dit betekent dat de organisatie dan goed in staat moet zijn (bijna) alle risico’s voldoende scherp in te schatten en een risico op een indicatief financieel bedrag te bepalen zodat er (gedeeltelijke) dekking is via het weerstandsvermogen. Anderzijds kan het verlagen van de structurele weerstandscapaciteit (onvoorzien verlagen, begrotingsruimte inperken, opbrengsten maximaliseren) aanleiding zijn de factor te verhogen van 1,2 naar bijvoorbeeld 1,4.

Rechtspraak bij dit artikel