De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio van het weerstandsvermogen.
Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit
Ratio weerstandsvermogen
=
______________________________________
Benodigde incidentele weerstandscapaciteit
Voor de beoordeling van de omvang van het weerstandsvermogen wordt in Waadhoeke gebruik gemaakt van onderstaande tabel. Deze normeringsystematiek is ontwikkeld door het COELO (Centrum voor onderzoek van de economie van lagere overheden), de NAR (Nederlands adviesbureau voor risicomanagement) en de universiteit Twente.
Beoordelingstabel weerstandsvermogen
Categorie
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2
Uitstekend
B
1,4 < X < 2
Ruim voldoende
C
1,0 < X < 1,4
Voldoende
D
0,8 < X < 1,0
Matig
E
0,6 < X < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Vaststellen ratio weerstandsvermogen
In de nota reserves en voorzieningen is opgenomen dat de bufferfunctie van de algemene reserve bepaald wordt op basis van de ratio weerstandsvermogen. Daarom moeten keuzes gemaakt worden hoe de ratio weerstandsvermogen te beoordelen en op welk moment de gemeente maatregelen moet nemen ten aanzien van het gewenste niveau van het weerstandsvermogen.
Keuze:
De ratio weerstandsvermogen vaststellen op categorie C wat overeenkomt met een ratio weerstandsvermogen tussen 1,0 en 1,4 met de betekenis van ‘voldoende’.
Wanneer uit berekeningen in de programmabegroting blijkt dat de ratio lager is dan 1,0 moeten maatregelen genomen worden om het weerstandsvermogen binnen de meerjaren-planperiode op peil te brengen.
Een ratio weerstandsvermogen aanbevelen van categorie C wat overeenkomt met een ratio weerstandsvermogen tussen 1,0 en 1,4 met de betekenis van ‘voldoende’.
Echter pas maatregelen nemen wanneer de ratio lager is dan 0,8. Dan wordt het weerstandsvermogen gekwalificeerd als onvoldoende. In dat geval worden maatregelen genomen om het weerstandsvermogen binnen de meerjaren-planperiode op peil te brengen.
Zolang de ratio weerstandsvermogen zich tussen 0,8 en 1,0 bevindt, is de intentie te werken aan een verbetering van de ratio.
De ratio weerstandsvermogen vaststellen op categorie D wat overeenkomt met een ratio weerstandsvermogen tussen 0,8 en 1,0 met de betekenis van ‘matig’.
Wanneer uit berekeningen in de programmabegroting blijkt dat de ratio zakt onder 0,8 moeten maatregelen genomen worden om het weerstandsvermogen binnen de meerjaren-planperiode op peil te brengen.
Categorieën A en B worden niet als keuze opgenomen omdat aangenomen wordt dat deze streefwaarden tot een onnodig hoge reserve leidt. Voor categorieën E en F geldt dat deze streefwaarden niet opgenomen zijn omdat deze leiden tot een te lage reserve.
Omdat de gemeente Waadhoeke werkt met één algemene reserve is geen actie vereist wanneer het weerstandsvermogen hoger is dan de vastgestelde norm.
Voor- / nadeel keuze:
Het voordeel van keuze l. is dat (op basis van de inschattingen) het weerstandsvermogen altijd op peil is. Nadeel is dat wanneer de ratio onder het gewenste niveau zakt er direct begrotingsmaatregelen getroffen moeten worden, met (waarschijnlijk) gevolgen voor uitvoering van beleid.
Voordeel van keuze ll. is dat de norm minder star gehanteerd hoeft te worden. Gestreefd wordt naar een niveau van ‘voldoende’. Maar begrotingsmaatregelen zijn pas noodzakelijk op het moment dat de ratio onder 0,8 komt. Nadeel is het risico op een niet toereikende reservepositie op het moment dat risico’s zich voordoen.
Voordeel van keuze lll. is dat de aan te houden reserve lager kan zijn dan bij keuze l. of ll. Dit betekent dat reserves eerder voor andere investeringen of projecten ingezet kunnen worden. Dit voordeel is echter ook het nadeel omdat het risico aanwezig is dat de reserves niet toereikend zijn wanneer een risico zich voordoet.
Keuze optie l.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1
Gewenste omvang (ratio) weerstandsvermogen
Onderdeel van Nota Weerstandsvermogen & Risicobeheersing 2025-2028