Naar hoofdinhoud
1.. De regeling wordt opgeheven wanneer ter vergadering van het bestuur blijkt dat de colleges van tenminste twee derde van de deelnemers tot deze opheffing hebben besloten. 2.. In geval van opheffing van de regeling besluit het bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 3.. Het liquidatieplan wordt door het bestuur vastgesteld. 4.. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel en regelt ook de gevolgen voor de door de bedrijfsvoeringsorganisatie gevormde archieven. 5.. Het bestuur blijft ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid. 6.. De opheffing gaat in op een door het bestuur te bepalen ingangsdatum.

Rechtspraak bij dit artikel