De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland.
Toelichting
Artikel 14 EvaluatieDe voorgestelde evaluatiebepaling is bedoeld en geformuleerd als een open bepaling. Dat wil zeggen: deze biedt ruimte voor verschillende aanleidingen en/of verzoeken van één of meer raden, colleges of andere bestuursorganen (inspecties, ministeries, provincie) om te evalueren. Het bestuur zal daarop een besluit nemen om de regeling of één of meer onderdelen daarvan al dan niet te evalueren. Als het bestuur tot evaluatie besluit zal het bestuur een evaluatievoorstel aan de deelnemende colleges voorleggen.
Het is goed om te benadrukken dat ook elke gemeenteraad (of meerdere raden gezamenlijk) een evaluatieverzoek kan (kunnen) richten aan het bestuur van de GR. Dit kan in de praktijk via het College verlopen, wat goed past binnen de bestuurlijke verhoudingen en de principes van ‘verlengd lokaal bestuur’, maar ook een rechtstreeks verzoek is mogelijk. De concrete vorm en diepgang van de evaluatie worden aan het algemeen bestuur overgelaten. De insteek is wel, dat een evaluatie zo spoedig mogelijk daarna gaat starten, maar de duur ervan hangt af van onderwerp, breedte, diepgang en vorm, die samen met de colleges worden ingevuld.
Artikel 21 Uittreding Deze toelichting is van toepassing op artikel 21. uittreding, en duidt het genoemde uittredingsplan onder artikel 21 lid 2. Het uittredingsplan bevat in ieder geval de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding.
Tevens zal in het plan stil moeten worden gestaan bij zaken als:
a. de financiële gevolgen voor de andere gemeenten;
b. voorwaarden en andere verplichtingen voor de uittredende gemeente, die aan de uittreding worden verbonden;
c. afspraken om de uittreding en de uitvoering van het uittredingsplan bestuurlijk, financieel, juridisch en feitelijk in goede banen te leiden.
In het uittredingsplan worden in elk geval de volgende kostensoorten onderscheiden:
a. frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden);
b. desintegratiekosten (kosten voor afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s);
c. direct en op termijn vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken);
d. schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden);
e. aandeel in de reserves en voorzieningen.
De inventarisatie van de gevolgen zal in de praktijk gebeuren in samenwerking met de uittredende gemeente, met de andere colleges en met eventueel andere betrokken partijen (bijv. de partij die bepaalde taken gaat overnemen). Dit mede om goede afspraken te maken met het oog op het zoveel mogelijk beperken van de kosten gemoeid met de uittreding.
Hoofdstuk 7:
Artikel 31:
Citeerwijze
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland.