Erfgoed is simpel gezegd de ‘geschiedenis van de relatie tussen de mens en zijn omgeving wat zichtbaar is in het heden’. In het kader van de Erfgoedwet wordt erfgoed omschreven als: “Uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden”.
Over het algemeen wordt erfgoed gezien als zowel tastbaar en niet tastbaar goed met een historische betekenis. Aan deze historische betekenis wordt in het heden een waardering wordt verbonden zodat de huidige generatie het door kan geven aan toekomstige generaties. Hierbij moet er een helder besef zijn van feit dat erfgoed een weerspiegeling van het sentiment is van wat die generatie op dat moment belangrijk (of mooi) vindt.
Het erfgoed waar wij nu waarde aan hechten kan in de toekomst zijn waarde verliezen doordat de normen en waarden van de samenleving zijn veranderd. Denk hierbij aan het weghalen van standbeelden van personen die nu als controversieel beschouwd worden. Daarom is het belangrijk om duidelijk vast te leggen waarom iets nú wordt gekenmerkt als erfgoed zodat men dit in de toekomst ook kan begrijpen en/of waarderen.
Binnen het erfgoed wordt er onderscheid gemaakt tussen verschillende twee soorten:
Materieel erfgoed is datgene uit het verleden dat fysiek tastbaar en veelal te zien is. Denk hierbij aan (Rijks) monumenten, archeologische vondsten, verzamelingen, archieven en beschermde stads- en dorpsgezichten. Dit materiële erfgoed wordt weer onderverdeeld in roerend en onroerend goed. Het roerend goed is dat wat te verplaatsen is zoals objecten in een museum. Het onroerende goed is (denk aan gebouwen zoals woonhuizen en kerken).
Immaterieel erfgoed gaat over culturen, tradities en rituelen en hoe dit mensen verbindt met elkaar en met objecten en plekken. Hoewel het niet tastbaar of niet (duidelijk) te zien is, is het belangrijk om erbij stil te staan dat immaterieel erfgoed wel een verankering kán hebben in de fysieke leefomgeving. Voorbeelden van immaterieel erfgoed zijn ‘Fierljeppen’, ‘Aaisykjen’ en de ‘Gondelvaart op Wielen – in Drogeham’. Dit zijn tradities die al decennia- of eeuwenlang onderdeel uitmaken van de identiteit van de Friese en/of de lokale Mienskip. Hierbij moet opgemerkt worden dat een oorspronkelijke functie van een traditie soms niet meer van deze tijd is. Waarbij het Fierljeppen vroeger een efficiënte verplaatsing over het waterrijke landschap was, is het nu een officiële sport. Het aaisykjen begon als aanvulling op een (karig) dieet maar maakt nu onderdeel uit van het monitoren en beschermen van vogels.