Boelenslaan
Boelenslaan is vanaf 1800 ontstaan als een heidedorp langs de Heidelaan, de tegenwoordige Boelenswei. Het veen dat hier lag was van oorsprong grotendeels eigendom van het Gerkesklooster. Om het veen te ontwateren en de turf af te voeren werden er wijken gegraven die verbinding kregen met de Feanster Faert. Een aantal van deze wijken, zoals de Halbewyk en het Dwarsdjip, zijn nog in het landschap terug te vinden. Doordat de grond na de vervening grotendeels aan z’n lot werd overgelaten, groeide er op de arme zandgrond vooral heide.
Tot ongeveer 1920 bestond het dorp uit een verzameling van wijdverspreide spitketen. De spitketen werden gebouwd van materialen die op de heide aanwezig waren, namelijk heideplaggen. De nederzetting hoorde in die tijd grotendeels bij Surhuisterveen en werd toentertijd de Feansterheide genoemd. De huidige naam dankt het dorp aan de familie Boelens die op Blauwhuis woonde en veengrond in Boelenslaan in bezit hadden. In de zeventiende eeuw waren leden van deze familie Grietman en secretaris van de Grieternij (voorloper van Gemeente) Achtkarspelen. In 1852 werd er een kerkje gebouwd. Deze kerk heeft nu de functie van aula van de begrafenisvereniging.
In Boelenslaan zijn de kenmerken van het heideverleden nog goed terug te zien in het landschap, namelijk een wijdverspreide bebouwing van kleine boerderijtjes en wâldhúskes. Deels staan die nog aan de karakteristieke zandpaden. In 1921 kreeg de heidenederzetting de dorpsstatus en kreeg het de naam Boelenslaan. In 1943 werd ook het gebied rond de Langewyk, tussen de Mûntsegroppe en de Fjouwer Roeden, bij Boelenslaan gevoegd. Van oorsprong was dit een veengebied dat eigendom van het Buweklooster was. Later kwam het onder het dorpsgebied van de veenkolonie Rottevalle te vallen. Dit dorp viel tot 1943 onder drie gemeenten, maar werd in dat jaar bijna in z’n geheel bij de gemeente Smallingerland gevoegd.
Door het bouwen van steeds meer woningen kwamen de dorpen Boelenslaan en Houtigehage aan elkaar vast te liggen. De Ds. Visscherwei, genoemd naar dominee Visscher die veel voor de arme heidebewoners heeft gedaan, vormt de grens. De huizen aan de noordkant vallen onder Boelenslaan en de huizen aan de zuidkant onder Houtigehage. Bij Boelenslaan horen ook deels de buurtschappen It Jachtfjild (in het noordwesten) en It Wyldfjild (in het zuidoosten). Verder zou je ook De Trije Roeden (in het zuidoosten) en de Langewyk als buurtschappen kunnen beschouwen.
Harkema
1921 zijn de dorpsgrenzen gewijzigd en kwam het oude boerendorp onder Drogeham te vallen en kreeg de nederzetting op de heide de naam Harkema-Opeinde. In 1972 is de naam Opeinde uit de dorpsnaam weggelaten. De Warmoltsstrijtte en de Reitsmastrjitte vormen de doorgaande wegen, waar de meeste winkels en voorzieningen aan kwamen te staan. De drukke Betonwei vormt de verbinding tussen straatweg LeeuwardenGroningen en Drachten. Ten zuiden van Harkema lag een grote waterplas, de Wide Pet, die was ontstaan door de vervening. Deze is in 1904-1914 ingepolderd en is nu een natuurgebied.
Ook Harkema kenmerkt zich van oorsprong als een nederzetting met wijdverspreide bebouwing op de heide en aan zandpaden. Op de heide kwamen de mensen te wonen die geen huis konden kopen of huren in de omliggende boerendorpen. Ze bouwden spitketen, ofwel plaggenhutten. Meestal woonden er grote gezinnen met soms wel zes tot twaalf kinderen in deze kleine hutten. De heidebewoners werden niet beschouwd als waardig onderdeel van de maatschappij. Dit heeft ervoor gezorgd dat de inwoners bekend staan als eigenzinnig en erg gehecht zijn aan de streek en aan elkaar. Het openluchtmuseum De Spitkeet geeft nog een goed beeld van het wonen, leven en werken op de heide van 1800 tot 1950. Mede door socialistisch voorman Jelle Dam, die zijn jeugdherinneringen op papier heeft gezet, is er nog veel over het leven op de heide bekend. Bij het seniorencomplex De Bôge aan de Warmoltsstrjitte staat het beeld de Mollenvanger, een man met een fiets en een stabijhond achterop. Dit beeld herinnert aan het mollenvangen, dat door sommige Harkemasters tot in de wijde omgeving werd beoefend.
In de loop der tijd zijn de spitketen vervangen door stenen huizen die wâldhúskes genoemd worden. Aan de zandweg van Drogeham naar Rottevalle, de Mûntsegroppe, staan nog een aantal van deze huisjes, die gebouwd zijn door de Stichting Woningbouw Achtkarspelen (SWA). Aan deze karakteristieke Mûntsegroppe ligt ook nog een overgebleven heideveldje. In tegenstelling tot de meeste andere dorpen werd er in Harkema pas laat een kerk gebouwd. In 1887 werd door evangelist Lambertus Warmolts een houten evangelisatiekerkje gebouwd dat in 1913 door de huidige kerk werd vervangen en nu de naam Warmoltskerk draagt. Van oorsprong was dit de gereformeerde kerk, nu is het een vrije evangelische gemeente. In 1928 werd de hervormde kerk gebouwd.
Tegenwoordig is Harkema een dorp als alle andere dorpen met goede huisvesting, voorzieningen en veel bedrijvigheid. De sport neemt een belangrijke plaats in Harkema. Bij het dorp horen deels de buurtschappen It Jachtfjild (in zuidwesten) en Bouwetille (bij de Feanster Feart). Verder kunnen ook Fjouwerhuzen aan de Feanster Feart, de Smoarhoeke rondom de Lieuwespoel in het noordelijke dorpsgebied en de Bulten (Mûntsegroppe en omgeving) als buurtschappen worden beschouwen.
Figuur 27: Warmoltskerk (gereformeerde kerk) Harkema. Geen monumentale status (bron: Vreeman, H)
Twijzelerheide
Op de westelijke dorpsgebieden van Twijzel en Kooten ontstond aan het begin van de negentiende eeuw een heidenederzetting met een wijdverspreide bebouwing van plaggenhutten. Het veen was toen al grotendeels afgegraven. In eerste instantie ontstond er een kleine veenkolonie met boerderijtjes aan de Kûkhernster Feart. In de loop der tijd zijn deze huizen aan de vaart bijna allemaal afgebroken. Op de heide vestigden zich de mensen die geen werk hadden en door de omringende dorpen werden uitgestoten. Zij bouwden hutten van heideplaggen, de zogenaamde spitketen.
Uiteindelijk kwam de kern van het dorp aan de Bjirkewei te liggen, de verbindingsweg van Twijzel naar De Westereen. Hier vestigden zich onder anderen kleine winkeliers en ambachtslieden. Ook werd hier in 1866 een begraafplaats aangelegd, waarop in 1952 een klokkenstoel kwam te staan. In wezen vormt Twijzelerheide wat bebouwing betreft één geheel met De Westereen en Sweagerbosk.
Het waterstroompje de Swadde geeft de grens tussen de dorpen aan. It Wyldpaed vormde lange tijd de grens tussen in cultuur gebrachte en niet in cultuur gebrachte gronden.
Aan deze weg vestigden zich verschillende boeren.
In 1921 werden de dorpsgrenzen in Achtkarspelen opnieuw vastgesteld en kregen de Twijzeler- en Kootsterheide de dorpsstatus. Omdat de meeste inwoners in het Twijzeler deel woonden en hier de belangrijkste straat lag, kreeg het dorp de naam Twijzelerheide. In 1870 werd een evangelisatiekerkje aan de Hiltsjemuoiswâlden gebouwd. Deze hervormde evangelisatie is later verplaatst naar de Doarpstrjitte en kreeg de naam Eben Haëzer. In 1911 werd aan de Bjirkewei een gereformeerde kerk gebouwd.
In de loop der tijd zijn de meeste wegen verhard en zijn alle heidehutten afgebroken en vervangen door stenen huizen. Twijzelerheide is nu een modern dorp liggend in het karakteristieke coulisselandschap van de Noardlike Fryske Wâlden. Aan het Jinkepaed liggen nog verschillende pingoruïnes. Kûkherne (deels), It Wyldpaed en de Hiltsjemuoiswâlden zijn drie buurtschappen die onder Twijzelerheide vallen.
Figuur 28: Klokkenstoel te Twijzelerheide (via Rijksmonumenten.nl)
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
de voormalige veenkolonie
Onderdeel van Erfgoednota Achtkarspelen