**1..** Onder Gebruikelijke hulp als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub k van de Verordening gaat het College uit van de normale, dagelijkse zorg die huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden, omdat zij een gezamenlijk huishouden voeren. Zij hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van dat huishouden.
**2..** Het College verbindt aan gebruikelijke hulp een verplichtend karakter. Dit houdt in dat zowel van volwassen als jonge huisgenoten een bijdrage wordt verlangd in het huishouden. In deze bijdrage wordt door het College geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling en de wijze van inkomensverwerving.
**3..** Een huisgenoot die (mogelijk) gebruikelijke hulp kan leveren, heeft een medewerkingsplicht. Deze huisgenoot moet daarom meewerken aan het onderzoek naar Gebruikelijke hulp2 CrvB 25-07-2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR4090..
**4..** Onder Gebruikelijke hulp bij volwassen huisgenoten vallen de volgende taken:
kortdurende zorg: alle persoonlijke verzorging en begeleiding. Hieronder valt bijvoorbeeld in ieder geval zorg na een behandeling of opname;
zorg die iedereen nodig heeft, inclusief de vervangende activiteiten. Hieronder vallen bijvoorbeeld het eten geven via een sonde in plaats van eten via de mond, stomaverzorging in plaats van toiletgang en het aanreiken van medicatie;
alle begeleiding op het terrein van maatschappelijke participatie;
begeleiding bij vervoer in het kader van de persoonlijke levenssfeer en/of ten behoeve van maatschappelijke participatie. Hieronder vallen in ieder geval het bezoeken van school, huisarts, familie, kennissen, ziekenhuis en vrije tijdsbesteding;
hulp bij of overname van taken die bij een gezamenlijke huishouding horen. Hieronder valt in ieder geval het beheren van post en administratie;
het instrueren aan derden hoe om te gaan met een beperking (familie, vrienden).
**5..** Voor gebruikelijke hulp door gezonde huisgenoten geldt:
huisgenoten tot de leeftijd van 5 jaar leveren geen bijdrage aan het huishouden;
huisgenoten van 5 jaar tot en met 12 jaar worden naar eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden. Hieronder valt in ieder geval opruimen, tafel;
dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen en kleding in de wasmand gooien;
huisgenoten van 13 jaar tot en met 17 jaar kunnen helpen bij lichte huishoudelijke werkzaamheden. Hieronder valt in ieder geval opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen, kleding in de wasmand gooien. Daarnaast kunnen zij hun eigen kamer op orde houden. Hieronder valt in ieder geval rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen;
huisgenoten van 18 jaar tot en met 22 jaar kunnen een eenpersoonshuishouden voeren;
huisgenoten vanaf 23 jaar kunnen alle huishoudelijke taken volledig overnemen wanneer de inwoner uitvalt.
**6..** Het College verstaat onder de zorgplicht van Ouders dat zij zorgen voor de opvoeding van hun Jeugdigen, het zorgen voor hun geestelijke en lichamelijke welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid en kennis en vaardigheden ook als er sprake is van een Jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Bij uitval van één van de Ouders dient de andere Ouder de zorg voor de Jeugdige over te nemen. Waarbij van hen wordt verwacht dat zij maximaal zoeken naar eigen oplossingen, zoals zorgverlof, mantelzorg en andere voorliggende voorzieningen. De zorgplicht vervalt niet bij echtscheiding of beëindigen van de relatie. Maar er dient wel rekening gehouden te worden met de eventueel door de rechtbank vastgelegde afspraken.
**7..** Handelingen die vallen onder de zorgplicht van Ouders worden in principe niet vergoed vanuit de Jeugdwet of Wmo, tenzij vaststaat dat Ouders (tijdelijk of langdurig niet of onvoldoende vanuit eigen kracht in staat zijn te voldoen aan hun zorgplicht.
**8..** Voor de beoordeling of een handeling valt onder gebruikelijke hulp aan Jeugdigen, wordt gekeken naar de volgende criteria:
leeftijd: jonge Jeugdigen (gezond of met een aandoening) hebben meer zorg nodig van hun Ouders/verzorgers dan oudere Jeugdigen. Sommige handelingen zijn dus op jonge leeftijd nog gebruikelijke zorg mar worden op latere leeftijd boven-gebruikelijke zorg;
aard van de zorg: gebruikelijke zorg bij Jeugdigen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle Jeugdigen voorkomen, maar wel ter vervanging kunnen dienen van alledaagse handelingen. Bijvoorbeeld: het legen van een katheterzakje in plaats van verschonen of het bereiden en toedienen van sondevoeding in plaats van reguliere voeding of oefenen met pictogrammen in plaats van oefenen met lezen;
frequentie: zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een Jeugdige, zoals drie keer per dag eten, kunnen als gebruikelijke zorg worden aangemerkt. Bijvoorbeeld: bij een Jeugdige dat bij het ontbijt en het naar bed gaan medicatie aangereikt moet krijgen, loopt dit mee in de het normale patroon van dagelijkse zorg voor een Jeugdige en wordt dit als gebruikelijke zorg aangemerkt;
tijdsinvestering: alle Jeugdigen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en kleden, maar als deze handelingen veel meer tijd kosten vanwege bijvoorbeeld een lichamelijke beperking, als boven-gebruikelijke hulp gezien.
**9..** De bovenstaand genoemde criteria moeten telkens samenhangend en gelet op de omstandigheden van de Jeudige of de Ouder(s) worden beoordeeld.
**10..** Onderstaande tabel bevat de richtlijnen die door het College worden gehanteerd ten aanzien van Gebruikelijke hulp van huisgenoten en Ouders voor Jeugdigen met een gebruikelijke ontwikkeling in verschillende levensfasen van de Jeugdige.
Jeugdigen van 0 jaar tot en met 2 jaar
hebben bij alle activiteiten verzorging en begeleiding van een Ouder nodig;
ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;
zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Jeugdigen van 3 jaar tot en met 4 jaar
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. Ouder kan was ophangen in andere kamer);
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;
hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;
hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;
zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Jeugdigen van 5 jaar tot en met 11 jaar
Jeugdigen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;
kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. Jeugdige kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als Ouder thuis is);
hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 5 jaar tot 11 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen;
hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie;
zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de Ouders/verzorgers;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan;
hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Jeugdigen van 12 jaar tot en met 17 jaar
hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;
kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;
kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden;
kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;
hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;
hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig;
hebben tot en met 17 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;
hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen);
hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
hebben tot en met 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.3Tabel gebaseerd op Factsheet: ‘Zorg voor Jeugdigen met een intensieve zorgvraag’, Ministerie van volksgezondheid, Welzijn en Sport
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Nadere uitwerking Gebruikelijke hulp
Onderdeel van Nadere regels Wmo 2015 en Jeugdhulp gemeente Heiloo 2024