**1..** Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks een ontwerpbegroting, alsmede een meerjarenraming voor een aaneensluitend tijdvak van tenminste 3 jaren, aan. Zowel de ontwerpbegroting als de meerjarenraming wordt uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient door het Dagelijks Bestuur toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**2..** De raden geven uiterlijk 25 juni hun zienswijze over de ontwerpbegroting aan het Dagelijks Bestuur. Dagelijks Bestuur voegt de commentaren bij de ontwerpbegroting en de meerjarenraming, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.
**3..** Het Dagelijks Bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting voor 15 juli schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
**4..** Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur, zo nodig, de begroting en de meerjarenraming aan de raden. Deze kunnen van hun zienswijze doen blijken bij Gedeputeerde Staten.
**5..** Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken, doch in ieder geval v66r 15 september aan Gedeputeerde Staten.
**6..** Op wijzigingen van de begroting zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing.
**7..** In de begroting wordt een raming gemaakt voor de voor elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage aan de regeling.
**8..** Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdragen wordt, rekening houdende met bijdragen van het rijk of anderen, uitgegaan van het inwonertal van de desbetreffende gemeente op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden de meest recente door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde bevolkingscijfers aangehouden.
Hoofdstuk
Artikel 25
Begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling gesubsidieerde arbeid kop van Noord-Holland