**1..** Het Dagelijks Bestuur stelt een ontwerp-jaarrekening op.
**2..** Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerp-jaarrekening uiterlijk 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden. De raden kunnen op de concept bestemming van het rekeningresultaat hun zienswijze kenbaar maken.
**3..** De raden geven uiterlijk 25 juni hun zienswijze over de concept bestemming van het rekeningresultaat aan het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
**4..** Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerp-jaarrekening zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden.
**5..** Het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de jaarrekening schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
**6..** Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarvoor de rekening geldt.
**7..** De vastgestelde jaarrekening wordt vóór 15 juli volgende op het jaar waarvoor de rekening geldt, toegezonden aan Gedeputeerde Staten.
**8..** De vaststelling van de rekening strekt, voor zover het daarin opgenomen ontvangsten én uitgaven betreft, het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
Hoofdstuk
Artikel 27
Rekening en verantwoording
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling gesubsidieerde arbeid kop van Noord-Holland