Naar hoofdinhoud
In aanvulling op afdeling 4.4.3 (artikelen 4:104 tot en met 4:111) Awb regelt artikel 27 van de wet enkele specifieke (aanvullende) zaken met betrekking tot verjaring: dat stuiting van de verjaring door de invorderingsambtenaar mogelijk is door het zenden van een schriftelijke mededeling waarin het recht op betaling ondubbelzinnig wordt voorbehouden; als de belastingschuldige heeft opgehouden te bestaan (oftewel: de onderneming bestaat niet meer) en er is iemand aansprakelijk gesteld voor de belastingschuld, dan treedt de aansprakelijkgestelde in de plaats van de belastingschuldige (oftewel: in dat geval kan ook de aansprakelijkheidsschuld zelfstandig worden gestuit of verlengd). In aansluiting op afdeling 4.4.3 van de Awb en artikel 27 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: versnelde invordering en verjaring; aansprakelijkgestelden en verjaring; stuiting van de verjaring; uitstel van betaling en schorsing van de verjaring; afstand van verjaring; kosten van verjaring; verjaring van belastingteruggaven. 27.1 Versnelde invordering en verjaring Als de invordering is aangevangen met toepassing van artikel 10 van de wet begint de verjaringstermijn te lopen op het moment dat de belastingaanslagen onmiddellijk en tot het volle bedrag invorderbaar werden. De oorspronkelijke vervaldag heeft op dat moment voor de verjaring geen belang meer. 27.2 Aansprakelijkgestelden en verjaring Een aansprakelijkheidsschuld (vastgesteld door een beschikking ex artikel 49 van de wet) is niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de belastingaanslag waarvoor aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht van dwanginvordering en verrekening ten aanzien van de aansprakelijkheidsschuld. 27.3 Stuiting van de verjaring Als de betekening van een dwangbevel uitsluitend plaatsvindt om de verjaring te stuiten, dan licht de invorderingsambtenaar de belastingschuldige in over het doel van de betekening. Deze betekening is kosteloos. Om de verjaring te stuiten kan een dwangbevel meer dan éénmaal worden betekend. Als de invorderingsambtenaar de verjaring van een belastingaanslag stuit door een schriftelijke mededeling, maakt hij die schriftelijke mededeling bekend aan de belastingschuldige. 27.4 Uitstel van betaling en schorsing van de verjaring Uitstel van betaling voor een gedeelte van de belastingaanslag verlengt de verjaringstermijn voor de gehele belastingaanslag. 27.5 Afstand van verjaring Van eenmaal verkregen verjaring kan afstand worden gedaan. De invorderingsambtenaar beroept zich echter alleen op afstand van verjaring, als zonder meer duidelijk is dat de belastingschuldige daadwerkelijk bedoelt afstand van de verjaring te doen. 27.6 kosten en verjaring De op een belastingaanslag belopen kosten zijn onlosmakelijk met de belastingaanslag verbonden. Als voor een belastingaanslag de verjaring is ingetreden, laat de invorderingsambtenaar dus ook voor de kosten invordering en verrekening achterwege. 27.7 Na verjaring geen civiele invordering Na intreding van de verjaring maakt de invorderingsambtenaar geen gebruik van de mogelijkheid om een belastingschuld in te vorderen door middel van een dagvaarding. 27.8 Verjaring van belastingteruggaven Voor de verjaring van belastingteruggaven geldt eenzelfde verjaringstermijn als voor belastingschulden. Na verjaring ontstaat een natuurlijke verbintenis. De invorderingsambtenaar zal een beroep op de verjaring doen, tenzij hij gerede twijfel heeft of de belastingaanslag aan de belastingschuldige is bekendgemaakt. Artikel 27a Betalingskorting De bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel