Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › § 4

Artikel 20

Benoeming en ontslag

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Shared Service Center DeSom

1.. Het algemeen bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter en benoemt deze als zodanig. 2.. De voorzitter vervult zijn functie voor vier jaar. Deze periode loopt parallel met de raadsperiode en eindigt met benoeming van een andere voorzitter door het algemeen bestuur. De voorzitter wordt voor maximaal 4 jaar benoemd. Zijn benoeming eindigt in ieder geval na afloop van een raadsperiode als genoemd in artikel C4 van de Kieswet door de benoeming van een andere voorzitter. 3.. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn tevens voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het dagelijks bestuur. 4.. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslaan.

Rechtspraak bij dit artikel