Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 10

uitnodiging zitting

Onderdeel van Verordening inzake de behandeling van bezwaar- en beroepschriften 2000

1. De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting. 2. Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen, de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3. De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval een week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden, het verwerend orgaan en in het geval van de behandeling van een beroepschrift, aan het beroepsorgaan medegedeeld. 4. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid. 5. De gemachtigde van een belanghebbende dient ter zitting aan de voorzitter een schriftelijke machtiging te overleggen, tenzij hij/zij als advocaat of procureur is ingeschreven, of vergezeld van de belanghebbende ter zitting verschijnt.

Rechtspraak bij dit artikel