Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.8

Artikel 1.8.3

Andere wetgeving

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2024

De Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw) de Participatiewet en de Jeugdwet kunnen gelden voordat ondersteuning vanuit de Wmo 2015 nodig is. Daarbij wordt de zorgbehoefte van de inwoner beoordeeld. Het uitgangspunt is dat er geen zwaardere zorg wordt ingezet dan noodzakelijk. Soms kan het wel samengaan of er bestaat een ‘grijs’ gebied. Dan is het belangrijk dat er overleg is tussen de betrokken uitvoerders (van de verschillende wetgeving) en de inwoner. Als direct bij het gesprek duidelijk is dat een maatwerkvoorziening Wmo noodzakelijk is, wordt daarop ingezet. a. Wet langdurige zorg (Wlz) De Wlz is bedoeld voor mensen die langere tijd zorg nodig hebben. De zorg kan thuis of in een instelling gegeven worden. Mensen die zorg uit de Wlz willen krijgen moeten aan een aantal voorwaarden voldoen: Er is permanent toezicht nodig ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de inwoner, of; Er is 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig , omdat de inwoner zelf niet in staat is om op de nodige hulp in te roepen en deze hulp is nodig om ernstig nadeel te voorkomen”. De gemeente kan kijken of een inwoner toegang heeft tot de Wlz via een digitaal toegangsregister. Dit om de samenloop vanuit de Wmo 2015 ondersteuning en zorg vanuit de Wlz te controleren. Wanneer er sprake is van een situatie waarbij er een blijvende behoefte is aan permanent toezicht en 24 uur per dag zorg in de nabijheid (zoals onder eerdergenoemde punten a en b) en de ondersteuning vanuit de gemeente kan dit niet verbeteren, is de inschatting dat de inwoner voldoet aan de criteria van de Wlz (zie MvT, paragraaf 3.6 op blz. 29). In deze situaties kan de gemeente in contact komen met de inwoner of de vertegenwoordiger en deze vragen een onderzoek te ondergaan, gericht op een besluit over de toegang Wlz. De gemeente houdt de verantwoordelijkheid tot ondersteuning tot het moment dat toegang bepaald is. De gemeente zet zich in om deze overgang zo goed mogelijk te laten verlopen. Als er inderdaad redenen zijn om aan te nemen dat de persoon aanspraak kan doen gelden op de Wlz en de persoon weigert mee te werken aan het krijgen van een besluit, dan heeft de gemeente de bevoegdheid een maatwerkvoorziening te weigeren, of te beëindigen. Thuiswonenden met PGB, VPT of MPT Voor inwoners die in een geschikte zelfstandige woning zijn blijven wonen en daar een PGB, een VPT (Volledig pakket thuis) of een MPT (Modulair pakket thuis) hebben. Of inwoners die in verband met een VPT zijn verhuisd naar een geschikte zelfstandige woning (b.v. een aanleunwoning) dichtbij een instelling, valt het sociaal vervoer, een rolstoel, eventuele vervoermiddelen, een noodzakelijke (beperkte) woningaanpassing en losse woonvoorzieningen of hulpmiddelen onder de Wmo 2015. Onder een zelfstandige woning wordt verstaan een woning met een eigen ingang, een woonkamer, minimaal één slaapkamer een complete keuken(hoek), een toilet en een badkamer. Dit hebben ook de meeste aanleunwoningen bij instellingen. Wanneer er alleen een zit-slaapkamer, een badkamer met een gezamenlijke woonkamer (en keuken) is, wordt het niet als een zelfstandige woonruimte gezien. In die situatie is sprake van wonen in een instelling. Een woonsituatie die niet aan dit criterium “zelfstandige woning” voldoet moet daarom als niet zelfstandig en vanwege de gemeenschappelijke woonruimte als instelling worden gezien. De scheiding van wonen en zorg alleen is niet voldoende. (huurcontract zegt niets). In die situatie vallen de rolstoel, vervoermiddelen, woningaanpassingen en losse woonvoorzieningen of hulpmiddelen onder de Wlz. b. Zorgverzekeringswet (Zvw) De Zvw is een ziektekostenverzekeringswet en gaat over geneeskundige zorg. Vanuit de aanspraak op thuisverpleging worden vanaf 2015 verpleging en verzorging in samenhang geleverd aan een inwoner met voornamelijk lichamelijke aandoening(en) waarbij ook over het algemeen sprake is van medische problemen. Ook iemand met dementie valt hier onder. Alleen als persoonlijke zorg (ADL) onderdeel is van begeleiding valt dit onder de ondersteuning via de Wmo 2015. De zorg is dan niet geneeskundig van aard en er is geen hoog risico op geneeskundige zorg. Als behandeling of medicatie (een deel van) de vraag naar ondersteuning kan wegnemen gaat dit voor op de Wmo 2015. Een inwoner kan naast zorg uit de Zvw ook gebruik maken van de Wmo 2015-voorzieningen. c. Jeugdwet Alle ondersteuningsvragen van jongeren onder de 18 jaar op het gebied van zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving horen bij de Jeugdwet. Uitzonderingen zijn woningaanpassingen en hulpmiddelen, die vallen onder de Wmo 2015. 18- en 18 +: Als er geen sprake is van strafrecht, jeugdreclassering of behandeling en het gaat om begeleiding die ook onder de Wmo gegeven kan worden, vervalt op de 18e verjaardag de indicatie Jeugd (artikel 1.2.1 sub a Wmo). Dit betekent dat vanaf het moment dat de Wmo indicatie ingaat, de eigenbijdrageregeling gaat gelden. Als de eigenbijdrageregeling te zwaar is of het gaat maar om een indicatie van een paar maanden is een maatwerkoplossing vanuit Jeugd mogelijk. In sommige gevallen kan er sprake zijn van verlengde jeugdhulp tot 23 jaar. Het moet daarbij gaan om jeugdhulp die al vóór 01-01-2015 ontvangen werd op grond van de oude wet op de Jeugdzorg. Dit kan in de volgende situaties: De jeugdige kreeg voordat hij 18 jaar werd al jeugdhulp en voorzetting van deze hulp is nodig; Voor de jeugdige is, voordat hij 18 jaar werd, bepaald dat jeugdhulp nodig is; Na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd, wordt binnen een half jaar vastgesteld dat hervatting van de eerder ingezette jeugdhulp nodig is. d. Participatiewet Een inwoner die volgens de Participatiewet kan werken of vrijwilligerswerk kan doen, en begeleiding hierbij nodig heeft, kan in aanmerking komen voor een arrangement vanuit de Participatiewet maar ook de Wmo. Door afstemming moet worden voorkomen dat vanuit 2 wetten eenzelfde activiteit afgegeven wordt. e. Mantelzorgwoning op basis van Besluit Omgevingsrecht (Bor) De landelijke wet- en regelgeving maakt het mogelijk dat mantelzorg behoevende en mantelzorgverlener dichtbij elkaar kunnen wonen. In artikel 2 van bijlage II van het Bor (Besluit Omgevingsrecht) is namelijk geregeld dat mantelzorgwoningen soms vergunningsvrij geplaatst mogen worden in de tuin van mantelzorg behoevende of mantelzorgverlener. De afdeling vergunningverlening van de gemeente geeft informatie over de regelgeving en wat wel of niet vergunningsvrij mogelijk is. Als er geen vergunning nodig is, bestaan er wel rechten en plichten, ook daarvoor is het goed dat de inwoner zich eerst laat informeren bij het team Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de gemeente. Als het gaat om een mantelzorgwoning gaat het college daarbij ook uit van de eigen verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren die op het terrein nabij de woning van de mantelzorgers kan worden geplaatst. De kosten van het wonen zijn voor rekening van de inwoner.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel