Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld wanneer de aanvrager zelf geen huurder of eigenaar is van een zelfstandige woonruimte en de betreffende woonruimte (samen met een eventueel duurzaam gemeenschappelijk huishouden) leeg achterlaat bij verhuizing, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 4:6, eerste lid, onder a van de verordening (blijf-van-mijn-lijf-huis) óf plaatsvindt op grond van verblijf in de noodopvang.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.12
Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder l, van de verordening
Onderdeel van Beleidsregels Urgentieverklaringen Leidschendam-Voorburg 2023