Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.2

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels Wet aanpak woonoverlast gemeente Almere

Gebruiker (Art. 2:49a lid 1 APV 2011) Degene die de woning en/of het erf gebruikt. De gebruiker hoeft geen huurrechtelijke of eigendomsrechtelijke relatie tot de woning en/of het erf te hebben. Ook een (regelmatige) gast of een kraker van de woning valt onder het begrip ‘gebruiker’. Tegen betaling in gebruik geeft (Art. 2.49a lid 1 APV 2011) Degene die de woning tegen betaling in gebruik geeft aan een derde, ofwel de verhuurder. Hier hoeft niet in formele en/of legale zin sprake te zijn van een huurrechtelijke relatie tot de woning en/of het erf. Ook tijdelijke vakantieverhuur valt hieronder. Gedragingen (Art. 2:49a lid 1 APV 2011) Overlastgevende gedragingen in, vanuit of rondom de woning en/of het erf die ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden veroorzaken. Onmiddellijke nabijheid (Art. 2:49a lid 1 APV 2011) De overlastgevende gedragingen moeten plaatsvinden in de nabije omgeving van de woning. Gedragingen in de aanpalende tuin of op de stoep voor de woning van de buren, vallen onder de bepaling voor zover een duidelijke connectie is tussen de gedraging en de woning en of het erf. Ernstige en herhaaldelijke hinder (Art. 2:49a lid 1 APV 2011) Het begrip “ernstig” slaat op de intensiteit van de hinder. De ernst van de hinder zal worden vastgesteld aan de hand van regelgeving of de normen die daarvoor in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk zijn. Het woord “herhaaldelijk” duidt op een terugkerend karakter. Er wordt geen gedragsaanwijzing opgelegd op basis van één incident. De wetgever geeft geen definitie van het begrip “ernstige hinder”, maar heeft het omschreven met een niet limitatieve opsomming van gedragingen die zich als ernstige hinder kunnen voordoen. Een niet-limitatieve opsomming maakt het mogelijk om het begrip ruim toe te kunnen passen. Hinder kan zich immers voordoen in verschillende vormen en geen enkele vorm van hinder wordt op voorhand uitgesloten. Ernstige en herhaaldelijke hinder kan onder andere zien op geluid- of geurhinder, hinder van dieren, overlast door vervuiling of intimidatie van derden vanuit een woning of erf. De ernstige en herhaaldelijke hinder moet blijken uit waarnemingen ter plaatse van de gemeentelijke toezichthouders of politieambtenaren. Het is mogelijk dat door de gemeente of politie een deskundige wordt ingeschakeld. Omwonenden (Art. 2:49a lid 1 APV 2011) Personen die woonachtig zijn in de directe nabijheid van de woning of van het bijbehorend erf waarvandaan de overlast plaatsvindt. Woning of een bij die woning behorend erf (Art. 2:49a lid 1 APV 2011) Onder woning wordt verstaan een voor bewoning gebruikte ruimte. Onder woning kan derhalve ook een boot, caravan, woonwagen e.d. worden verstaan. Onder een bij die woning behorend erf wordt verstaan de rest van het betrokken perceel, zoals een tuin en de gezamenlijke ruimte binnen de wooneenheid, zoals het portiek, de portiektrap, de buitenruimte, enzovoort. Een andere geschikte wijze (Art. 151d lid 2 Gemeentewet) Een andere maatregel die als doel heeft de beëindiging van de overlast, zoals in gesprek gaan met overlastveroorzaker, de inzet van hulpverlening, bemiddeling of het waarschuwen van de overlastveroorzaker. De burgemeester heeft beleidsvrijheid bij het maken van de afweging of er wel of geen andere geschikte wijze (meer) is om de hinder te stoppen. De gedragsaanwijzing dient als ultimum remedium. Dit sluit aan bij de juridische vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Last onder bestuursdwang (Art. 2:49a lid 1 APV 2011) Ter bestrijding van ernstige woonoverlast is de burgemeester bevoegd tot het geven van een specifieke gedragsaanwijzing. In juridische zin is er dan sprake van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. In de last staat dat de overlastgever bepaalde handelingen moet doen of juist moet laten zodat de overlast ophoudt. Het is dus een op maat gemaakt gebod of verbod. Het is van belang dat het in het vermogen van de overlastgever ligt om de hinderlijke gedragingen te staken. Betrokkene moet in staat zijn om aan de opgelegde last te kunnen voldoen. De Wet aanpak woonoverlast biedt tevens de mogelijkheid om een gedragsaanwijzing op te leggen aan verhuurders, indien zij onvoldoende maatregelen treffen om overlast van diens huurder(s) tegen te gaan. Hierbij is het van belang dat de verhuurder voldoende gelegenheid wordt geboden om de overlast te beëindigen, voordat een gedragsaanwijzing wordt opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel