Het college wijst een aanvraag af, indien:
de aanvraag niet is ingediend voor een subsidiabele activiteit als bepaald in artikel 4;
het budget niet toereikend is om de aanvraag te honoreren;
de opgegeven kosten naar zijn oordeel niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;
er kosten zijn opgegeven waar geen subsidie voor wordt verstrekt op basis van deze regeling;
er meer of minder ouderen deelnemen aan de valpreventieve beweeginterventie dan het vastgesteld aantal deelnemers voor de interventie zoals bepaald in artikel 5;
de deelnemers voor de te starten valpreventieve beweeginterventie niet behoren tot ouderen woonachtig in Berg en Dal met een vastgesteld matig tot hoog valrisico;
er een eigen bijdrage wordt gevraagd van de deelnemers aan de valpreventieve beweeginterventie en tegelijkertijd een beroep wordt gedaan op subsidie;
er een beroep gedaan wordt op de zorgverzekeringswet ter financiering van de valpreventieve beweeginterventie en tegelijkertijd een beroep wordt gedaan op subsidie;
het gestelde maximum aan subsidie per aanvrager voor dat jaar is bereikt, zoals bepaald in artikel 8;
de aanvraag wordt ingediend ná het uitvoeren van de valpreventieve beweeginterventie;
de aanvraag wordt ingediend na verstrijken van de gestelde uiterste termijn waarop aanvragen kunnen worden ingediend en/of de activiteiten niet afgerond kan worden voor het einde van 2026 zoals bepaald in artikel 11;
naar zijn oordeel gegronde redenen bestaan aan te nemen dan wel vastgesteld wordt, dat niet aan de voorwaarden en bepalingen van deze regeling wordt of zal worden voldaan.
Artikel 13.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling valpreventieve beweeginterventies Berg en Dal 2024