**1..** Kosten die voor subsidie in aanmerking komen, voor zover deze noodzakelijk zijn voor en in verhouding staan tot het uitvoeren van de valpreventieve beweeginterventies, zijn:
Activiteitenkosten: de kosten die direct en onlosmakelijk verbonden zijn aan de valpreventieve beweeginterventie, zijnde koffie en thee, lesmateriaal, huur van externe locatie specifiek bedoeld voor de interventie;
Personele kosten: bestaande uit kosten die direct en onlosmakelijk verbonden zijn aan de valpreventieve beweeginterventie en op generlei wijze geheel dan wel gedeeltelijk gedekt kunnen worden op basis van eerder verkregen subsidies en andere landelijke wetgeving op het gebied van sociale zekerheid.
**2..** Geen subsidie wordt verleend voor:
Kosten van investeringen van gebruiksvoorwerpen en/of automatisering, zoals ict-materialen, aanschaf software en hardware dan wel afschrijvingskosten hiervan;
Kosten verbonden aan onderhouden en/of afschrijving van investeringen;
Deskundigheidsbevordering: bestaande uit kosten die direct en onlosmakelijk verbonden zijn aan de uitvoering van de activiteit en/of noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van specifieke vaardigheden die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteit die op generlei wijze geheel dan wel gedeeltelijk gedekt kunnen worden uit het opleidingsbudget van de organisatie van subsidieaanvrager.
Initiële aanloopkosten: kosten die in verband staan met het opbouwen van de activiteit(en) zoals aanschaf van materialen of eenmalige investeringen om een valpreventieve beweeginterventie op te zetten.
Artikel 6.
Subsidiabele kosten
Onderdeel van Subsidieregeling valpreventieve beweeginterventies Berg en Dal 2024