De rechten worden niet geheven voor het begraven van stoffelijke overschotten c.q. het bijzetten van de as van kinderen, die beneden de leeftijd van drie maanden zijn overleden voor zover die in één kist of asurn met hun moeder worden begraven;
Toepassing van verhoging van de rechten, genoemd in onderdeel 2.4.1 van de tarieventabel, vindt niet plaats, indien:
a. naar het oordeel van het college de accommodatie niet toereikend is om binnen de vastgestelde tijden het dagprogramma uit te voeren en indien het dagprogramma het noodzakelijk maakt de begraving te verschuiven naar een zaterdag, zondag of feestdag;
b. de begraving en/of bijztteing geschiedt op een door de burgemeester in het belang van de openbare orde gegeven last;
c. de begraving en/of bijzetting geschiedt op een door het college in het belang van de volksgezondheid gegeven last;
d. de begraving en/of bijzetting op grond van wettelijke bepalingen op geen ander tijdstip dan het gevraagde kan plaatsvinden;
e. de begraving en/of bijzetting noodzakelijk moet plaatsvinden na beëindiging van een door de officier van justitie of de rechtercommissaris gelast uitstel van begraving van het stoffelijk overschot.
Rechten, zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, zijn niet verschuldigd ingeval van herbegraving van een lijk in hetzelfde graf als waarvoor op grond van hoofdstuk 5 van de tarieventabel een recht wordt geheven.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten Zwijndrecht 2011