Naar hoofdinhoud
Het bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste twaalf weken voordat deze wordt vastgesteld toe aan de raden. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. De raden kunnen bij het bestuur binnen twaalf weken nadat deze aan hen is aangeboden hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het bestuur stelt de raden voorafgaande aan de vaststelling van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, en van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. Daarnaast stelt het bestuur een ontwerpmeerjarenbegroting op voor de aansluitende periode van drie jaar. Na vaststelling van de begroting zendt het bestuur de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten, vergezeld van de zienswijzen bedoeld in het derde lid. Het eerste, derde, vierde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op alleen die besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij wijziging wordt gebracht in de hoogte van de bijdragen van de deelnemende colleges. Het vijfde en zevende lid zijn ook van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met dien verstande dat wijzigingen in de begroting ook kunnen worden vastgesteld gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt, en dat in dit geval inzending aan gedeputeerde staten binnen twee weken na vaststelling plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel