Een voorstel aan de colleges tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het bestuur of door ten minste twee van de colleges.
De colleges dienen, nadat hun raden in de gelegenheid zijn gesteld zienswijze te geven op de voorgenomen wijziging en verkregen toestemming van hun raden in de zin van artikel 1, tweede en derde lid van de wet, unaniem te besluiten tot wijziging van deze regeling.
De wijziging van de regeling treedt niet eerder in werking dan nadat deze door de colleges bekend is gemaakt op de in iedere gemeente gebruikelijke wijze.