Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
aanvrager: de ondernemer of eigenaar die een subsidie aanvraagt;
b. ASA: Algemene Subsidieverordening Amsterdam;
c. bedrijf: een kleine of middelgrote onderneming die beschikt over een bedrijfsruimte waarin een voor publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of diensten aanwezig is;
d. college: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam;
e. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het betreffende stadsdeel;
f. duurzame bedrijfsuitrusting: bedrijfsmiddelen van ten minste € 100,- die in de uitoefening van het bedrijf nodig of noodzakelijk zijn, die uitsluitend bij de uitoefening van het bedrijf worden gebruikt en een economische levensduur van minimaal drie jaar hebben;
g. economische kansenzone: door het college aangewezen gebied waarbinnen ondernemers in aanmerking kunnen komen voor subsidie;
h. eigenaar: eigenaar van een onroerende zaak waarin het bedrijf van de ondernemer is of wordt gevestigd;
i. ondernemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een bedrijf in stand houdt en die ingeschreven is bij de Kamer van Koophandel dan wel beschikt over een fiscale zelfstandigheidsverklaring;
j. projectsubsidie: projectsubsidie als bedoeld in de ASA.
Hoofdstuk
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening investeringsregeling ondernemers kansenzones