Het college kan een vergoeding voor reiskosten en overige onkosten aanbieden aan uitkeringsgerechtigden die:
a. (onbeloonde) arbeid verrichten in het kader van een werkervaringsplaats, participatieplaats of proefplaats;
b. vrijwilligerswerk verrichten;
c. maatschappelijk nuttige activiteiten verrichten, waaronder begrepen een door het college opgedragen tegenprestatie.
d.naast hun (parttime) werk een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen.
Om in aanmerking te komen voor een vergoeding reiskosten en overige onkosten dient de uitkeringsgerechtigde een (vrijwilligers)overeenkomst te overleggen waaruit de duur en omvang in uren van de (onbeloonde) arbeid, het vrijwilligerswerk of de maatschappelijk nuttige activiteit blijkt.
De hoogte van de onkostenvergoeding op grond van het eerste lid bedraagt:
Bij 1 dagdeel per week ( 4 uur) € 40,00 per maand;
Bij 2 dagdelen per week ( 8 uur) € 80,00 per maand;
Bij 3 dagdelen per week (12 uur) € 120,00 per maand;
Bij 4 dagdelen per week (16 uur) of meer € 160,00 per maand
De vergoeding wordt verminderd met de eventuele vergoeding van de overige onkosten die het bedrijf of instelling zelf verstrekt.
De onkostenvergoeding wordt ambtshalve verstrekt.
De uitkeringsgerechtigde krijgt een vergoeding per dagdeel dat onbeloonde arbeid/vrijwilligerswerk wordt verricht. Deze wordt maandelijks uitbetaald. De hoogte van het bedrag van de vergoeding overschrijdt niet het gestelde maximum van artikel 31 lid 2 sub k van de wet.
Naast de vaste vergoeding per dagdeel is ook nog een incidentele reiskostenvergoeding beschikbaar voor reisbewegingen die verband houden met de re-integratie. Deze vergoeding kan o.a. betrekking hebben op een sollicitatiegesprek of een bezoek aan het raadhuis. Om in aanmerking te komen voor deze vergoeding van de reiskosten dient de uitkeringsgerechtigde minimaal drie kilometer te moeten reizen. De vergoeding wordt beschikbaar gesteld op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten. Deze reiskostenvergoeding heeft geen relatie met de in lid 1 genoemde activiteiten.
De bevoegdheid tot (periodieke) aanpassing van de in dit artikel bedoelde bedragen voor een vergoeding berust bij het hoofd van de afdeling Werk & Inkomen.
De vergoeding voor onbeloonde arbeid of vrijwilligerswerk van de uitkeringsgerechtigde kan worden geweigerd, als de uitkeringsgerechtigde geen mededeling heeft gedaan van al hetgeen dat van belang is voor de verlening daarvan, of als hij de aan het re-integratietraject of tegenprestatie en aan de bijstandsuitkering verbonden verplichtingen niet of niet behoorlijk nakomt.
Hoofdstuk 2
Artikel 17