Het college kan aan een belanghebbende als bedoeld in artikel 10 van de verordening een persoonlijke voorziening aanbieden, nodig om de uitkeringsgerechtigde in staat te stellen zijn werk goed te doen.
Het college kan ambtshalve of op aanvraag een voorziening verlenen aan de belanghebbende.
Een voorziening wordt verleend indien en zolang de inzet hiervan noodzakelijk en doelmatig is. Het college kan hierover advies van een externe deskundige vragen.
Een persoonlijke voorziening kan bestaan uit het feitelijk beschikbaar stellen daarvan of uit vergoeding van de kosten.
Aan de toekenning van een persoonlijke voorziening kunnen voorwaarden worden verbonden die zijn gericht op een goed gebruik ervan voor het doel waarvoor zij is verleend.
Hoofdstuk 2
Artikel 8