Artikel 6, lid 5 Wijze van verstrekking en vergoeding vervoersvoorziening
Het college verstrekt op aanvraag jaarlijks een vervoersvoorziening aan de ouders voor de periode van een schooljaar. Aanvragen die gedurende het schooljaar binnenkomen worden, indien mogelijk, toegekend met ingang van de aangevraagde datum of de datum van ontvangst van de aanvraag.
Een bekostiging voor het fietsen, openbaar vervoer en/of eigen vervoer wordt als voorfinanciering toegekend voor een geheel schooljaar. De betaling is afhankelijk van het bedrag in één of twee termijnen:
50% voor aanvang nieuwe schooljaar;
50% in de kerstvakantie;
Er worden geen vervoersbewijzen of betaalafschriften opgevraagd, tenzij het college er een aanleiding voor heeft. De toekenning is in principe op basis van vertrouwen en ter stimulering van de zelfredzaamheid. De voorwaarden hiervoor worden in de beschikking opgenomen. Ook wordt opgenomen dat ten onrechte genoten bekostiging wordt teruggevorderd (zie artikel 7 verordening). Wijzigt er iets in de bekostiging dan kan dit, als het nodig is, bij de tweede termijn worden aangepast.
Ook kan op basis van maatwerk de betaling in 1 of meer termijnen zijn of achteraf op basis van werkelijke kosten.
Aanvragen voor een vergoeding van vervoerskosten gedurende het jaar gaan in vanaf de ingangsdatum van de aanvraag of de datum van ontvangst van de aanvraag. Een vergoeding met terugwerkende kracht is niet mogelijk.
Een aanvraag voor een tijdelijke vergoeding kan op basis van werkelijke vervoersdagen achteraf worden vergoed, bijvoorbeeld bij:
tijdelijk - voor langere tijd - eigen vervoer of gecombineerd vervoer; of
een tijdelijk afwijkend schoolrooster; en
als de duur van de vervoersvoorziening of het aantal schooldagen per week voor een langere termijn nog niet duidelijk is. Hiervoor kunnen vervoerbewijzen of betalingsafschriften worden opgevraagd. Dit is maatwerk.
Bij een afmelding gedurende het schooljaar omdat de leerling stopt met school, wordt de toegekende vervoersvoorziening beëindigd. Dit wordt per e-mail aan de ouders bevestigd. Is er te veel vergoeding voor het vervoer uitbetaald, dan ontvangen de ouders een brief met een terugbetalingsverzoek.
Artikel 6, lid 7 Vervoer naar een andere locatie dan de woning
Voor- en of naschoolse opvang
Vervoer naar buitenschoolse opvang (geregistreerde BSO/NSO) of gastgezin/oppasgezin is geen
wettelijke verplichting voor de gemeente. Het vervoer naar de buitenschoolse opvang of andere opvangadressen valt in beginsel niet onder de verordening en niet onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid. In specifieke gevallen kan het college besluiten toch het vervoer te fiatteren. In de vervoersaanvraag hebben ouders de mogelijkheid een tweede opvangadres op te geven. Vervoer naar een naschoolse opvanglocatie is mogelijk als:
de leerling recht heeft op aangepast vervoer;
het adres op (of nabij) de route ligt van huis naar school en andersom; of
het adres op (of nabij) een route binnen het routenetwerk van de vervoerder ligt;
het vervoer naar dit adres structureel is. Structureel betekent in dit verband dat er sprake moet zijn van een vast, (twee-)wekelijks terugkerend patroon;
er geen voorliggende voorziening is die dit vervoer voor haar rekening neemt of zou moeten nemen.
Staat de geregistreerde kinderopvang in dezelfde gemeente als de bezochte school dan zorgt de opvang in principe zelf voor het vervoer van/naar school en is aangepast vervoer niet mogelijk.
Maximaal is één tweede vervoersadres toegestaan. Hiervan kan worden afgeweken als er sprake is van bijvoorbeeld co-ouderschap en een oppasadres. Of als er naast het oppasadres ook sprake is van een geïndiceerd zorgcontract (Jeugdwet) bij bijvoorbeeld een zorgboerderij. Als er sprake is van een tijdelijk noodopvangadres, door bijvoorbeeld ziekenhuisopname van de ouder, dan wordt binnen het routenetwerk gekeken wat mogelijk is. Voor vakantie of privédoeleinden is ‘noodopvang’ niet mogelijk.
Zorglocatie of -instelling
Voor- en/of naschools vervoer naar bijvoorbeeld een zorginstelling, behandelcentrum, zorgboerderij of een crisisplaats, aangevraagd door de jeugdhulp of jeugdbescherming, valt onder de Jeugdwet en is geen leerlingenvervoer. Dit vervoer kan wel, eventueel gecombineerd met het aangepast leerlingenvervoer, door Doelgroepenververvoer worden ingezet. De (meer)kosten voor dit vervoer komen ten laste van de afdeling Jeugd en niet voor het leerlingenvervoer.
Ook vervoer naar dagbehandelingsinstellingen of crisisplaatsen voor niet-schoolgaande kinderen kan op verzoek van de jeugdhulp of jeugdbescherming, eventueel gecombineerd met het leerlingen-vervoer, worden ingezet. Ook deze vervoerskosten komen niet ten laste van het leerlingenvervoer (zie ook artikel 14 van de verordening).
Verblijft (woont) de leerling (deels) in een instelling dan is dit een (tweede) woonadres waarvoor leerlingenvervoer kan worden aangevraagd.
Artikel 6.
Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels bij de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Opmeer 2023