Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

Onderdeel van Beleidsregels bij de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Opmeer 2023

Lid 1. Woning Een leerling kan in meerdere woningen verblijven, bijvoorbeeld bij co-ouderschap of als de leerling in een woonvoorziening verblijft. Woont een leerling minimaal één nacht per week in meerdere gemeenten dan kan het vervoer ook in de andere gemeente worden aangevraagd. Een overnachting op bijvoorbeeld een dagbestedingslocatie, zoals zorgboerderij of andere opvangplek met een zorgindicatie in de eigen of een andere gemeente valt onder de jeugdwet. Dit wordt niet aangemerkt als woning. Verhuizing binnen gemeente Als gedurende het schooljaar of in de zomervakantie sprake is van een verhuizing, plaatsing in bijvoorbeeld een pleeggezin of op een langdurige crisisplaats binnen de gemeente is de bezochte school niet altijd meer de dichtstbijzijnde school. Het college kan dan, op grond van de hardheidsclausule, besluiten de vervoerstoekenning naar de bezochte school intact te laten. Als overplaatsing naar een andere school om medische, pedagogische of sociale redenen niet verantwoord is kan hiervoor de hardheidsclausule worden toegepast, overeenkomstig artikel ‘Verordening artikel 26 Hardheidsclausule’ van dit besluit. Als de leerling zelfstandig naar school kan reizen kan het college besluiten maximaal een bekostiging van de reiskosten naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school toe te kennen. Dichtstbijzijnde toegankelijke school School (tijdelijk) niet toegankelijk of de school is vol Is een school (tijdelijk) niet toegankelijk voor kinderen met een bepaalde zorgproblematiek, dan is de school niet passend voor deze kinderen en wordt een andere verder weg gelegen school als dichtstbijzijnde toegankelijke school aangemerkt. Voor deze kinderen is het vaak niet goed om hen, vanwege de zorgproblematiek in een later schooljaar over te plaatsen, als de dichtstbijzijnde school wel toegankelijk wordt. Dit geldt ook als de dichterbij gelegen school (tijdelijk) vol is. Als uit een advies van school of het Samenwerkingsverband blijkt dat overplaatsing geen optie is voor de leerling kan het college, op grond van de hardheidsclausule, besluiten de vervoerstoekenning naar de bezochte school intact te laten. Als overplaatsing naar een andere school om medische, pedagogische of sociale redenen niet verantwoord is kan hiervoor de hardheidsclausule worden toegepast, overeenkomstig artikel ‘Verordening artikel 26 Hardheidsclausule’ van dit besluit. Vervoer naar een deeltijdklas Soms gaan leerlingen een aantal uren, dagdelen of dagen per week naar een andere school dan de school waarbij zij staan ingeschreven. Het gaat hierbij vaak om extra ondersteuning of uitdaging voor de leerling. Bij deze ‘deeltijdklassen’ gaat het bijvoorbeeld om een taalklas, rekenklas, schakelklas of hoogbegaafdenklas. Aanvragen voor leerlingenvervoer die betrekking hebben op het bezoek aan een deeltijdklas worden niet gehonoreerd. Ouders kunnen geen aanspraak maken op leerlingenvervoer (uitgezonderd ‘symbiose’ zie Toelichting bij de Verordening, artikel 8, lid 4). Vervoer naar een nieuwkomervoorziening Er is een regionale onderwijsvoorziening in West-Friesland voor anderstalige kinderen van 6 tot 13 jaar die uit het buitenland komen en korter dan een jaar in Nederland zijn. Voor deze kinderen is de nieuwkomersvoorziening de dichtstbijzijnde toegankelijke vorm van onderwijs. Het college kent vervoer toe aan de ouders van de leerling: als de afstand van de woning tot de nieuwkomersvoorziening meer dan zes kilometer bedraagt en de leerling - naar het oordeel van het college – (nog) niet in staat is zelfstandig te reizen en ouders voldoende kunnen aantonen dat zij of hun netwerk (nog) nog niet in staat is de leerling naar school te begeleiden. Het toegekende vervoer geldt maximaal voor de duur van de plaatsing op de nieuwkomersvoorziening. Onderwijs in combinatie met dagbehandeling Voor vervoer naar zorginstellingen zijn in eerste instantie de Jeugdwet 2015 en de Wet Langdurige zorg van toepassing. Volgt een leerling onderwijs op of nabij een zorginstelling, dan kunnen de ouders in aanmerking komen voor een (gedeeltelijke) tegemoetkoming in de kosten. Het college kan ook besluiten dat het vervoer gecombineerd met het reguliere aangepaste vervoer in dergelijke situaties de meest passende en voor de gemeente goedkoopste vorm van vervoer is. Dit wordt per situatie beoordeeld. Het moet dan gaan om onderwijs in de zin van onderwijswetgeving, de instelling die het onderwijs verzorgt moet een ‘school’ zijn. Hierbij geldt dat, op grond van de verordening, de gemeente het vervoer verzorgt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag, volgens het schoolplan. Met uitzondering op de uitvoeringsafspraken met betrekking tot de onderwijs-zorgarrangementen (OZA). Krijgt de leerling voor, tijdens of na schooltijd zorg of behandelingen, dan zijn toch de schooltijden leidend voor het leerlingenvervoer. Beveiligd vervoer in de gesloten jeugdhulp valt niet onder het leerlingenvervoer. Voor het bepalen van ‘wel’ of ‘geen’ leerlingenvervoer naar een dagbehandeling hanteert het college de 50% regeling: Als behandeling of zorg meer dan 50% van de schooltijd in beslag neemt dan valt het vervoer niet onder het leerlingenvervoer maar onder de jeugdhulp. Gaat het vervoer naar de dagbehandeling door in de schoolvakanties, dan is het geen leerlingenvervoer. Lid 4b. Onderwijskundige behoefte Als onderbouwing voor een vervoersvoorziening naar een verder weg gelegen school vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte kan het college een verklaring van de dichterbij gelegen school vragen waaruit blijkt dat deze school niet het onderwijs kan bieden wat de leerling nodig heeft. Voor zover dit niet bekend is bij het college. Een cluster-4 school geeft bijvoorbeeld geen praktijkles of les op havo-niveau, dit is bekend bij het college. Ook een verslag van het Samenwerkingsverband kan onderdeel van de onderbouwing zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel