**1..** Onder eerste inrichtingskosten wordt verstaan: de kosten voor de inrichting van een eerste woning, waaronder kosten van duurzame gebruiksgoederen.
**2..** Het college verstrekt in beginsel geen bijzondere bijstand voor deze kosten, omdat zij behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Bijzondere bijstand is mogelijk in de volgende bijzondere omstandigheden:
belanghebbende heeft een verblijfsvergunning gekregen en betrekt voor het eerst een eigen woning;
belanghebbende moet een nieuwe woning inrichten als gevolg van een verlating;
indien er sprake is van art 2. Lid b wordt er rekening gehouden worden met eventuele boedelverdeling;
belanghebbende leeft op straat en krijgt een eigen woning toegewezen.
**3..** Indien er sprake is van bijzondere omstandigheden zoals aangegeven in lid 2 dan wordt, voor zover de eerste inrichtingskosten betrekking hebben op duurzame gebruiksgoederen, bijzondere bijstand verstrekt in de vorm van een renteloze lening (leenbijstand) op grond van artikel 51 lid 1 Participatiewet.
**4..** Bij de hoogte van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van de adequaatst goedkoopste oplossing
**5..** Indien de aanvraag betrekking heeft op de volledige inrichting van een woning bedraagt de hoogte van de noodzakelijke kosten maximaal 50% van het bedrag dat in de Nibud-prijzengids genoemd wordt per inventarisatiepakket naar huishoudtype.
**6..** In afwijking van lid 5 wordt voor een alleenstaande op kamers een percentage van 25 gehanteerd.
**7..** De bedragen zoals berekend in lid 5 en 6 worden naar boven afgerond op € 100,00.
**8..** De aflossing van de lening vindt plaats in 36 maandelijkse termijnen. Het eigen aandeel in de aflossing is 5% van de bijstandsnorm. Het verschil tussen de maandelijkse terugbetalingsverplichting en het eigen aandeel in de aflossing wordt verstrekt als bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 2
Artikel 23
Eerste inrichtingskosten
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Meppel