Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Meppel

1.. De ingangsdatum draagkrachtperiode wordt vastgesteld op de eerste dag van de maand waarin de kosten worden gemaakt. 2.. De draagkrachtperiode geldt voor de duur van twaalf maanden, gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten worden gemaakt. 3.. Voor personen met een uitkering Participatiewet geldt dat er geen sprake is van draagkracht. 4.. In afwijking van lid 2 geldt voor personen met een uitkering Participatiewet een draagkracht van maximaal 5 jaar. 5.. Voor personen ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken, executoriaal beslag is gelegd, of sprake is van een minnelijke regeling o.g.v. de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wordt de draagkracht berekend over de middelen waarover de belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft. 6.. De draagkracht bedraagt: 50% van het meer-inkomen en 100% van het vermogen boven het vrij te laten vermogen op de eerste dag van de maand waarin de kosten worden gemaakt. 7.. Voor de volgende kosten bedraagt de draagkracht 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm: woonkostentoeslag; aandeel kinderopvang beide ouders WSF; aanschaf vervanging duurzame gebruiksgoederen. 8.. Bij het vaststellen van het vermogen voor bijzondere bijstand kan een extra vrijlating worden toegepast voor belanghebbenden die aan kunnen tonen dat zij geen adequate uitvaartverzekering hebben, maar waarbij sprake is van een levensverzekering of spaarrekening die alleen bij overlijden uitkeert en niet tussentijds opvraagbaar of afkoopbaar is en waarvan de waarde niet bovenmatig hoog is. 9.. Indien een roerend goed deel uitmaakt van het vermogen van de aanvrager dan: wordt de het verschil tussen de dagwaarde van een auto en € 5.000,00 meegenomen bij het vaststellen van het vermogen. Tenzij de auto noodzakelijk is in verband met arbeidsinschakeling en of handicap van een van de gezinsleden; wordt de dagwaarde van overige roerende goederen volledig meegenomen in de vermogensvaststelling als deze vanwege hun aard niet algemeen gebruikelijk zijn.

Rechtspraak bij dit artikel