Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2.

Artikel 2.2.1.

Bouwsteen 1: actieve vrijwilligers en inwoners

Onderdeel van Beleidskader Sterke Sociale Basis Gemeente Maashorst

Veel activiteiten, gemeenschappen, ontmoetingsplekken en initiatieven in wijken/kernen bestaan dankzij vrijwillige inzet van mensen. Denk aan de vrijwilligers in de kantine van de sportclub, de activiteiten in de bibliotheek of de voedselbank evenals praktische hulp die inwoners aan elkaar bieden, zoals de boodschappen die gedaan worden voor een (zieke) buurvrouw. Door al dit soort activiteiten worden inwoners ondersteund in het deelnemen aan de samenleving en voelen ze zich opgenomen in hun wijk/kern. De hulp van familie of dorpsgenoten wordt vaak als laagdrempeliger ervaren dan professionele hulp en kan er zelfs voor zorgen dat professionele hulp minder snel nodig is. Maar vrijwillige inzet is niet alleen goed voor het collectief. Het draagt ook bij aan het geluk van het individu. Het belangrijkste motief van mensen om vrijwillig iets voor een ander of de samenleving te doen is vaak simpelweg dat ze dat zelf graag willen. Het versterkt daarmee niet alleen de sociale veerkracht in een wijk/kern, maar ook de eigen kracht van de persoon zelf. In de praktijk worden de begrippen vrijwilligerswerk en vrijwillige inzet door elkaar gebruikt. Bij ‘vrijwilligerswerk’ ligt de nadruk op werk, terwijl voor vrijwilligers juist veelal de vrijwilligheid voorop staat. Er zijn daarom verschillende vormen van vrijwillige inzet: Vrijwillige inzet gaat om inwoners die zich, zonder betaald te worden, actief inzetten voor anderen of de samenleving. Dat kan via een formele organisatie, zoals een vereniging, maar ook via een bewonersinitiatief. Vrijwillige inzet is altijd in meer of mindere mate georganiseerd. Daarmee is het anders dan bijvoorbeeld het af en toe ondersteunen van de buren. Bewonersinitiatieven zijn een vorm van actief burgerschap en vrijwillige inzet. Het gaat over activiteiten van inwoners die een maatschappelijk vraagstuk aanpakken. Het zijn bewoners van een wijk, buurt of dorp die zich verenigen om samen iets positiefs te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan een veilige speelplek voor kinderen of een ontmoetingsplek, maar ook het regelen van een collectieve energievoorziening. Ongeorganiseerde vrijwillige hulp is de ondersteuning vanuit vrienden, kennissen, buren en buurtbewoners die niet vanuit organisaties of georganiseerd wordt geboden. Dit kan incidenteel zijn, maar ook meer structureel. Denk aan het brengen van een kom soep, het aan de weg zetten van de container of iemand halen en brengen naar de sportvereniging. In onze gemeente is er veel vrijwillige inzet en hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de sterke sociale basis. Wij willen dan ook graag de vrijwillige inzet en de helpende hand van onze inwoners koesteren, stimuleren en ondersteunen. Inwoners zijn de voelsprieten in de wijk, versterken de kracht van inwoners en kennen de leefomgeving als geen ander. Wij als gemeente kunnen vanuit onze rol juist weer sturen op versterking en faciliteren en zorgen voor de nodige randvoorwaarden zodat inwoners die zich vrijwillig willen inzetten daartoe de mogelijkheid voelen en gestimuleerd worden. Wat betekent dit concreet? 1.Aandacht voor de mens achter de vrijwilliger: coördinatie en waardering We vinden het belangrijk dat iedereen die zich vrijwillig wil inzetten hiertoe de mogelijkheid heeft. Voor inwoners die lid zijn van een vereniging of betrokken zijn bij een stichting lijkt het voor de hand te liggen om bij deze organisatie vrijwilligerswerk te doen. Maar er zijn legio opties, zoals bij een dorpshuis of wijkgebouw activiteiten organiseren of het zijn van een maatje voor een dorpsgenoot. Maar hoe weet je als inwoner waar jouw inzet gewenst is en word je op een fijne manier ondersteund bij je vrijwillige inzet? Coördinatie van vrijwillige inzet In de wijk/kern We gaan erop inzetten dat in iedere wijk/kern binnen de gemeente er lokale professionals actief zijn die op een laagdrempelige manier hulp en ondersteuning bieden aan inwoners. Dit zijn de zogenaamde ‘preventiewerkers’ (zie bouwsteen 4). Onderdeel van hun takenpakket is dat zij zich richten op het verbinden van inwoners aan elkaar en het stimuleren van vrijwillige inzet en bijbehorende activiteiten. Kortom, zij helpen inwoners die zich vrijwillig willen inzetten maar nog zoekende zijn in waar ze moeten beginnen. Hun aandacht richt zich op de gehele wijk/kern en de diverse locaties, collectieven en initiatieven die daarin aanwezig zijn. Ook is er een speciaal regionaal platform voor inwoners die zich vrijwillig willen inzetten: Help als vrijwilliger - ONS welzijn (ons-welzijn.nl). Inwoners kunnen via dit platform zien wat voor mogelijkheden er zijn binnen en buiten de gemeente en zich aanmelden. We zetten de opdracht aan ONS welzijn om dit te continueren voort. Bij wijk- en dorpshuizen Binnen de gemeente zijn er diverse wijk- en dorpshuizen. Zij zijn er allemaal op gericht om een gastvrije ontmoetingsplek te zijn waar inwoners elkaar lokaal kunnen treffen en kunnen deelnemen aan activiteiten (zie bouwsteen 3). Binnen deze locaties is vrijwillige inzet ontzettend belangrijk. Inwoners zorgen er met elkaar voor dat er activiteiten plaatsvinden in de gebouwen, ondersteunen in de horeca of zijn zelfs verantwoordelijk voor het dagelijks beheer als bestuurslid van de lokale beheerstichting. Doorgaans is er een diversiteit aan inwoners actief binnen deze locaties. Veel van hen kunnen volledig zelfstandig de nodige taken en activiteiten uitvoeren en hebben het organiserend vermogen om elkaar en zelfs anderen daarin aan te sturen. Anderen daarentegen hebben iets meer begeleiding nodig. Dat geldt bijvoorbeeld voor inwoners met een achterstand tot de arbeidsmarkt of met een migratieachtergrond die via vrijwillige inzet op deze locatie invulling geven aan hun dag, zoeken naar sociaal contact of zelfs op die wijze stappen zetten in de (re)-integratie. Voor hen is het belangrijk dat er iemand met hen meekijkt. We zien nu dat deze coördinerende en begeleidende rol vaak bij de beheerder dan wel beheerstichting van het gebouw komt te liggen. In sommige wijk- en dorpshuizen werkt dit prima, bijvoorbeeld omdat de hoeveelheid activiteiten overzichtelijk is en de betrokken inwoners zelfstandig zaken oppakken. Op andere locaties zie je echter dat het zorgt voor een grote belasting, onder andere omdat de locatie gevestigd is in een gebied met aanzienlijke sociale problematiek (armoede, diverse culturen, verslavingen). Waar nodig gaan we in overleg met de lokale professionele en vrijwillige organisaties onderzoeken of een oplossing gevonden kan worden via een algemene voorziening (zie bouwsteen 2). Waardering uitspreken We vinden het belangrijk dat alle inwoners die zich vrijwillig inzetten voelen dat wat zij doen gewaardeerd wordt en dat er oog is voor de ondersteuning die zij nodig kunnen hebben. Zeker inwoners die niet vanuit een collectief actief zijn, maar als individu iets voor een ander doen, moeten daarbij niet vergeten worden. Het is hierbij belangrijk om te investeren in persoonlijk contact, het stilstaan bij elkaar, de persoon achter de vrijwilliger te zien én door de waardering uit te spreken. We zien hierbij in de dagelijkse gang van zaken een voorname taak weggelegd voor de preventiewerkers die actief zijn in de wijk, evenals de beheerders van ontmoetingsplekken zoals wijkgebouwen. Daarnaast is het van belang dat het gemeentebestuur aandacht heeft voor deze inwoners. Op bezoek gaan, een kijkje nemen bij activiteiten en een praatje maken maakt al het verschil. 2.Inwoners collectieven en -initiatieven geven we een rol in het lokale netwerk en de lokale aanpak We hebben op diverse plekken in onze gemeente al gezien dat inwoners gezamenlijk succesvol activiteiten en voorzieningen hebben opgezet. Voorbeelden hiervan zijn de Zorgcoöperaties in de kernen Schaijk, Zeeland en Reek, Stichting Zorg en Welzijn Odiliapeel en de beheerstichtingen die in enkele wijken/kernen actief zijn. De kracht van deze initiatieven is dat inwoners zelf de verantwoordelijkheid op zich nemen om in georganiseerd verband een rol te spelen in het zelfredzamer en zorgzamer worden van individuen binnen de gemeenschap en de gemeenschap als geheel. Zij vinden dat ze als inwoners zelf ook eigenaar zijn van de uitdagingen in de samenleving en gaan hiermee in samenwerking met anderen aan de slag. De ervaring leert dat dergelijke organisaties een bijdrage leveren aan het realiseren van de nodige cultuurverandering om tot een meer zelfredzame en zorgzame gemeenschap te komen. Ze versnellen, versterken en borgen deze beweging door zelf activiteiten op te zetten en te onderhouden. Om die reden willen we de komende jaren deze organisaties blijven ondersteunen en tevens stimuleren dat ook in andere wijken/kernen inwonerscollectieven ontstaan die deze motorfunctie willen vervullen. Bouwsteen 4 beschrijft hoe we in de diverse wijken/kernen van onze gemeente lokale teams gaan introduceren. We gaan actief stimuleren dat binnen iedere wijk/kern er een lokale sociale agenda wordt opgesteld (zie verderop). Op deze sociale agenda staan ieder jaar activiteiten die georganiseerd worden op basis van waar lokaal energie, animo en noodzaak voor is, specifiek gericht op zorg, welzijn en deelname aan de samenleving. De inhoud van de sociale agenda wordt bepaald op basis van onderlinge afstemming en afspraken tussen de diverse partijen die lokaal actief zijn, waaronder de lokale beheerstichting, dorpsvereniging, inwonerscollectief en preventiewerker. Hierin wordt ook de verbinding gelegd met andere lokaal opgestelde plannen zoals de Kernen CV’s. 3.Een financieel zetje in de rug Als een inwoner of een vrijwilligersorganisatie een idee of een initiatief heeft vinden we het belangrijk om dit mede mogelijk te maken. We geven ze op diverse manieren een financieel zetje in de rug. Jaarlijkse waarderingssubsidie We willen dat lokale vrijwilligersorganisaties krachtig zijn en blijven. Vrijwilligersorganisaties kunnen daarom subsidie krijgen voor hun reguliere activiteiten en evenementen. De gemeente waardeert hiermee hun belangrijke bijdrage aan onze vitale wijken/kernen. We vinden het belangrijk dat soortgelijke organisaties/collectieven kunnen rekenen op een gelijke vorm van waarderingssubsidie. We zetten in op het creëren van overzicht en eenduidigheid met een passende subsidieregeling zodat de organisaties de ruimte krijgen en gestimuleerd worden om dichtbij de inwoner met én voor elkaar activiteiten te blijven organiseren. Maashorstfonds Bovenstaande waarderingssubsidie is bedoeld voor formele vrijwilligersorganisaties, zoals stichtingen en verenigingen, met doorlopende of jaarlijks terugkerende activiteiten. Daarnaast zijn er ook inwoners die op zichzelf of met een non-formeel, gezelschap een activiteit willen organiseren voor elkaar én anderen in hun eigen wijk/kern of elders in de gemeente. Denk daarbij aan de plaatsing van een bankje in het park of een zomercamping voor kinderen. Voor dit soort initiatieven hebben we binnen de gemeente Maashorst het Maashorstfonds. Dit is een fonds dat bestuurd wordt door inwoners van de gemeente Maashorst en als doel heeft om met eenmalig geld, goederen of kennis de initiatieven die in Uden, Schaijk, Odiliapeel, Volkel, Reek en Zeeland ontstaan te ondersteunen en een handje te helpen. Inwoners kunnen zelf rechtstreeks met dit fonds contact opnemen: Stichting Maashorstfonds | Bestem voor inwoners van de Gemeente Maashorst Een wijk/kernbudget We zien op dit moment dat er in iedere wijk/kern al diverse vrijwilligersorganisaties, inwonercollectieven en professionals actief zijn. We vinden het belangrijk dat deze organisaties elkaar blijvend opzoeken in een netwerk om zo vanuit een gezamenlijke kracht de leefbaarheid van hun wijk/kern te vergroten. Daarbij willen we verder gaan dan enkel op de hoogte zijn van elkaars activiteiten en zo nu en dan de verbinding maken. Wat we juist willen stimuleren is dat de lokale betrokkenen samen aan de slag gaan om de leefbaarheid in de wijk/kern te versterken en in te spelen op (grote) maatschappelijke ontwikkelingen, zoals eenzaamheid of vergrijzing. Gemeenschapszin komt echt tot bloei als inwoners zelf de verantwoordelijkheid nemen én krijgen voor de toekomst van hun eigen dorp of wijk, en zelf nadenken over de vraag waar het dorp of de wijk voor gaat. We willen samen met inwoners(initiatieven), professionals een sociale agenda opstellen voor ieder dorp of kern. In de sociale agenda staan de belangrijkste sociale vraagstukken van de wijk/kern, en de verschillende perspectieven van betrokkenen (inwoners en wijkprofessionals). We sluiten hierbij aan bij de reeds opgestelde kernen cv’s. Door eerst te bepalen waar ze mee aan de slag willen gaan kunnen ze daarna bepalen welke activiteiten en ontwikkelingen lokaal nodig zijn om de leefbaarheid te vergroten (zie bouwsteen 2). Om zowel lokale samenwerking als lokale preventieve activiteiten te stimuleren zetten we jaarlijks een budget per wijk/kern in. Dit budget is bedoeld om initiatieven die vanuit een gezamenlijke (meerjarige) aanpak in de kern tot stand komen financieel te ondersteunen. Het budget is jaarlijks beschikbaar en het is aan het lokale netwerk van betrokken organisaties om te kiezen waarvoor het wordt ingezet. Dat kan voor iets nieuws zijn, maar ook om een bestaand initiatief te continueren. Van belang is dat de keuze lokaal in het netwerk wordt gemaakt. Het bijbehorende budget wordt beheerd door de lokale ‘verbinder in de wijk’ (zie bouwsteen 5) die actief is binnen de lokale teams in iedere wijk/kern.

Rechtspraak bij dit artikel