Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2.

Artikel 2.2.4.

Bouwsteen 4: Samenwerken en netwerken in de wijk/kern

Onderdeel van Beleidskader Sterke Sociale Basis Gemeente Maashorst

Overal in de gemeente Maashorst wordt zowel met vrijwillige als professionele inzet aan inwoners ondersteuning geboden op tal van onderwerpen, zoals wonen, veiligheid, zorg, werk en inkomen, sport en creativiteit. Om inwoners preventief te ondersteunen is het belangrijk dat de beschikbare hulp en ondersteuning bekend is bij inwoners en dat deze gemakkelijk toegankelijk is. Dat begint al door het zichtbaar te maken in de directe woon- en leefomgeving van de inwoner: de eigen straat, het schoolplein van de kinderen, de huiskamer bij een zorgcomplex, bestaande lokale gemeenschappen en bijbehorende locaties zoals de moskee en het dorpshuis/wijkgebouw etc. Kortom: advies en lichte hulp en ondersteuning zijn in de eigen buurt beschikbaar, zichtbaar en kan snel worden geleverd. We zien nu al dat er in veel wijken/kernen van onze gemeente diverse personen en organisaties actief bezig zijn om inwoners de nodige voorliggende ondersteuning te bieden. Denk daarbij aan professionals zoals een opbouwwerker, een boa of wijkagent en een preventiewerker, evenals vrijwillige inzet vanuit bijvoorbeeld de Zorgcoöperaties, KBO’s en beheerstichtingen. Ieder van hen werkt hierbij vanuit een eigen expertise, doelstelling en motivatie. Voor een goede ondersteuning aan inwoners is het van belang dat deze lokale partijen elkaar goed weten te vinden, afstemming hebben en vanuit één gezamenlijk netwerk aan de slag gaan om de leefbaarheid in de wijk/kern te vergroten. Wat betekent dit concreet? Gelukkig zien we dat in veel wijken/kernen lokale partijen elkaar al in steeds grotere mate weten te vinden. Binnen deze bouwsteen beogen we geen big bang of grootschalige verandering, maar vooral een meer gestructureerde wijze van de gebiedsgerichte aanpak en een intensivering van de onderlinge samenwerking. Daarmee geven we de beweging naar de voorkant en preventie meer kracht en creëren we een gedegen basis om dit mogelijk te maken. Dit doen we door: 1 Inzet van preventiewerkers in iedere wijk/kern We investeren in de inzet van preventiewerkers (werktitel) in iedere wijk/kern die aldaar gezamenlijk als een lokaal team optreden. Deze teams zijn voor de inwoners een eerste aanspreekpunt in hun wijk/kern voor zorg- en hulpvragen gericht op tal van onderwerpen uit hun leefwereld. Denk daarbij aan: geldzorgen, welzijnsvragen, zorgen rondom opvoeding, signalen van onveiligheid. Aan de preventiewerkers kunnen inwoners vragen stellen (fysiek, telefonisch en digitaal) en zij zijn voor hen ook een luisterend oor. Een preventiewerker pakt samen met de inwoner zijn/haar vraag op en beantwoordt deze vanuit eigen expertise of gaat hierin de samenwerking aan met andere gespecialiseerde professionals die actief zijn in de wijk of lokale vrijwilligers(organisaties). Om wat voorbeelden te geven: Een inwoner is in contact met een preventiewerker omdat deze mentaal niet lekker in zijn vel zit. De preventiewerker spreekt drie keer met deze persoon af om te praten over de situatie en te zoeken naar een oplossing. Als er blijkt toch meer nodig is om deze man te helpen schakelt de preventiewerker met een maatschappelijk werker of huisarts om de persoon verder te helpen. Een oudere dame voelt zich eenzaam en wil graag meer in contact staan met dorpsgenoten maar vindt het moeilijk om zelf de stap te zetten. Via haar directe buurvrouw is ze in contact gekomen met de preventiewerker die samen met haar kijkt wat de mogelijkheden zijn en wat ook past bij haar eigen interesses en persoonlijke situatie. Op basis daarvan zet mevrouw de stap om samen met anderen te gaan dineren bij een eetpunt in de wijk. In april 2023 is al een team preventie jeugd gestart. Dit bestaat uit medewerkers van GGD, Compass (jongerenwerk) en ONS welzijn, aangevuld met de praktijkondersteuner jeugd. Er is bewust voor gekozen om vanuit diverse ‘moederorganisaties’ professionals aan te wijzen als preventiewerker om op die manier diverse expertises en ervaringen te bundelen. Dit biedt een bredere blik om naar (lokale) situaties te kijken. Iedere teamlid heeft een kern/wijk als focusgebied en is in dat werkgebied het vaste gezicht voor vragen van inwoners en zoekt actief de samenwerking op met andere lokale partijen. In navolging op deze eerdere ervaringen gaan we de inzet van het preventieteam uitbreiden naar alle leeftijdscategorieën (van 0 tot 100+). Daarbij blijven we samenwerken in een breed verband met diverse expertises en moederorganisaties. Het gaat dan onder meer om bovenstaande organisaties, maar ook andere lokale partijen gericht op zorg en welzijn, zoals Pantein en BrabantZorg. De preventiewerkers die in dit team actief zijn hebben een expertise op jeugd of volwassenen om zo alle inwoners te kunnen ondersteunen. Ondanks dat verschil benaderen ze hun werk vanuit dezelfde gemeenschappelijke opdracht. Daarbij maakt het ook niet uit bij welke moederorganisatie ze formeel zijn aangesteld. Hun opdracht is: Lichte ondersteuningsvragen van inwoners in beeld brengen Het ondersteunen van individuele inwoners bij ondersteuningsvragen, waarbij voor oplossingen in eerste instantie gezocht wordt binnen het eigen en/of informele netwerk. Indien de ondersteuningsvragen qua intensiteit (max. een gerichte oplossing kunnen bieden in 5 gesprekken met één persoon) niet passen bij de taken van de preventiewerker, vindt er een warme overdracht plaats naar een andere voorliggende voorziening of de gemeentelijke toegang. Daarbij denken de preventiewerkers actief mee over welke oplossingen passend kunnen zijn voor de inwoner. Bewoners stimuleren om mee te doen De preventiewerker coacht de inwoner om vanuit eigen kracht mee te doen aan activiteiten in de lokale samenleving en mogelijk ook eigen oplossingen te gaan ontwikkelen op het gebied van welzijn en zorg. Leefbaarheid in de wijk vergroten De preventiewerker is present en aanwezig in de wijk/kern en daar actief om een fijn leefklimaat te vergroten. Dit onder andere door inwonersinitiatieven/-groepen te stimuleren en te verbinden met andere inwoners, overheid en partners (community building) Oplossingen in de wijk en in het eigen informele circuit stimuleren Het initiëren van individuele of groepsgerichte voorlichting (collectiveren) en advies aan burgers en organisaties. Dit is met name gericht op samenleving, herkennen van signalen, verstevigen van het netwerk (preventief). Initiatieven stimuleren en zo nodig kanaliseren. De preventiewerkers kunnen aansluiten vanuit hun expertise, maar zijn geen structurele trekkers bij het organiseren van collectieve ondersteuning. Samenwerken met partners in de wijk/kern De preventiewerker werkt vanuit een multidisciplinair netwerk in een wijk/kern. De preventiewerker vervult een brugfunctie tussen de 0e en 1e lijn, waarbij zij samen komen tot vernieuwende oplossingen. Ook kan deze in samenwerking met het lokale netwerk individuele of groepsgerichte voorlichting en andere collectieve activiteiten organiseren. Uit het gemeente brede preventieteam worden professionals als afvaardiging in de wijk/kern geplaatst, daar vormen zij samen het lokale wijk-/kernteam. Hoeveel professionals zijn dat er per wijk/kern? Minimaal is er in iedere wijk/kern 1 preventiewerker met expertise op jeugd en 1 preventiewerker met expertise op volwassenen. Ieder van hen is er 16 uur actief. Op basis van evaluaties over de behoeften in de wijk/kern kan het aantal preventiewerkers aangepast worden. De precieze verhouding daarin willen we samen met de organisaties die maatschappelijk actief zijn per wijk/kern bepalen. Maatwerk dus. Dat doen we door enerzijds te kijken naar cijfers (bevolkingsopbouw, sociaal economische positie, aantal indicaties zorg, meldingen over overlast etc..) per gebied, maar vooral ook door te luisteren naar de verhalen van de lokaal betrokken professionals en inwoners. Daarbij is het belangrijk dat de diverse personen (vrijwillig of professioneel) die actief zijn in een wijk/kern in hun contact met inwoners werken vanuit eenzelfde benadermethode wanneer zij in gesprek gaan met een inwoner. Zo wordt er op eenzelfde manier een (brede)vraagverkenning uitgevoerd en het goede gesprek gevoerd met de inwoner. Zodat informatie op een gelijke manier wordt opgehaald waardoor het uitwisselen van ervaringen, het doen van suggesties en het bepalen van een aanpak beter gaat. De lokale situaties worden ook op regelmatige basis geëvalueerd om te zien of de gekozen inzet nog wel passend is: wellicht moet het uitgebreid worden, of kan er juist een verschuiving plaatsvinden van de ene naar de andere wijk/kern. Door te werken vanuit een basisbenadering met voldoende beschikbare professionals creëren we hierin flexibiliteit. 2.Investeren in een lokaal netwerk per wijk/kern Het lokale team biedt een laagdrempelige basis voor ondersteuning in de wijk/kern, maar zij doen dit zeker niet alleen. In iedere wijk/kern zijn er ook andere personen en organisaties, zowel professioneel als vrijwillig, actief betrokken bij het verbeteren van de lokale leefbaarheid en het beantwoorden van zorg- en hulpvragen. Denk daarbij aan lokale woningcorporaties (AREA/Mooiland), vrijwilligers van een Zorgcoöperatie, de wijkverpleging, een wijkagent, huisarts en fysiotherapeut, de directeur van de lokale basisschool, de beheerder en beheerstichting van het lokale wijkgebouw en betrokken professionals vanuit de gemeente. Voor het lokale team is het belangrijk dat zij korte lijnen hebben met deze samenwerkingspartners en dat ze gezamenlijk gaan opereren in een netwerk. Op die manier kunnen de preventiewerkers niet alleen inwoners ‘warm’ begeleiden naar de juiste (preventieve) activiteit of gespecialiseerde professional, maar kunnen ze ook van elkaars ervaringen en bevindingen leren en gezamenlijk activiteiten te ontplooien. We stimuleren daarom de vorming van een lokaal netwerk in iedere wijk/kern. Een eerste weergave van deze werkwijze en de betrokken partijen is te zien in onderstaand figuur. De precieze samenstelling van het lokale team en netwerk kan per wijk/kern in de praktijk variëren als gevolg van de lokale omstandigheden. Daarnaast kan dit in de loop van de jaren op basis van de ervaringen en ontwikkelingen veranderen als de omstandigheden daarom vragen. In het lokale netwerk hebben de lokaal betrokken personen en organisaties – zowel professioneel als vrijwilliger - regelmatig contact met elkaar. Het opgebouwde netwerk in de wijk/kern is breed en richt zich op cultuur, sport, gezondheid, en vrije tijd. De bedoeling is dat de partijen het netwerk voor een aantal zaken benutten: Gebruik maken van elkaars aanbod en expertise. Samen hebben ze zo een breed aanbod aan interventies waarmee de professionals lichte zorg- en ondersteuningsvragen van bewoners snel, op maat en in de wijk/kern op kunnen lossen. Gezamenlijk activiteiten initiëren als gemerkt wordt dat er lokaal een behoefte onder inwoners aanwezig is waar nu geen passende (maatschappelijke) voorzieningen of activiteiten voor zijn. Het netwerk is een vraagbaak en eerste ingang om ook buiten specifieke activiteiten gericht op zorg- en welzijn breed mee te denken over het vergroten van de leefbaarheid in hun wijk/kern. Het gaat dan bijvoorbeeld om ruimtelijke- of duurzaamheidsvraagstukken. De in bouwsteen 1 genoemde inzet op een lokale sociale agenda en een wijk-/kernbudget per gebied sluiten hierop aan en ondersteunen de vorming van een lokaal netwerk. Preventiewerkers stellen samen met lokale inwoners en (professionele) organisaties uit het netwerk (1ste en 2de ring) een sociale agenda op. De input komt van wensen, behoeften en signalen van de lokaal betrokkenen en van de wijkfoto met informatie met algemene- en gezondheidsdata, knelpunten en krachten van de specifieke wijk/kern. De lokale sociale agenda van de wijk/kern zorgt voor een visie op de gewenste ontwikkeling van een gebied die door alle belanghebbende partijen wordt herkend en erkend. Zo’n gezamenlijke visie is essentieel om met een lange adem aan leefbaarheidsvraagstukken in een wijk/kern te kunnen werken. Het zorgt bovendien voor samenhang tussen projecten en maatregelen. Daarnaast draagt het eraan bij dat het proces van het werken aan een toekomstbestendige wijk/kern in gezamenlijkheid en samenhang tussen de betrokken partijen gebeurt. De lokale plannen bestaan uit activiteiten en ontwikkelingen op het gebied van zorg, welzijn, participatie en andere zaken die raken aan de lokale leefbaarheid. De lokaal betrokkenen voelen een gedeelde energie om hiermee aan de slag te gaan. De betrokkenen opereren hierin in gelijkwaardigheid, ongeacht of zij professionals of vrijwilligers zijn, en zij bepalen samen waar per jaar de focus op komt te liggen. De intensiteit waarmee organisaties in het lokaal netwerk elkaar treffen, onder andere om de lokale sociale agenda vorm te geven, zal per gebied verschillen en afhankelijk zijn van de lokale uitdagingen en kansen. We zijn wel van mening dat er minimaal twee keer per jaar overleg plaats moet vinden om de aansluiting te vinden bij elkaar. De zogenaamde ‘verbinder in de wijk’ (bouwsteen 5) neemt initiatief om deze overleggen te organiseren. 3.Goed schakelen tussen lichte en zware vormen van ondersteuning De komende jaren willen we een situatie creëren waarbij inwoners met een hulp- of ondersteuningsvraag allereerst terecht komen bij het lokale team en andere partijen uit het lokale netwerk in hun wijk/kern. Dat betekent ook dat als een inwoner contact heeft met een professional van de gemeente er allereerst gekeken wordt of er al contact is geweest met het lokaal team om ondersteuning te bieden. Dat geldt ook voor andere zorgprofessionals zoals huisartsen, die gestimuleerd worden om niet alleen door te verwijzen naar gespecialiseerde voorzieningen, maar vooral de relatie te leggen met het lokale team. De lokaal aanwezige maatschappelijke voorzieningen en preventieve activiteiten bieden echter niet altijd de (volledige) oplossing voor een hulpvraag. Soms is er meer nodig. Mocht dat blijken dan is het aan de lokale preventiewerker in samenwerking met het netwerk om de inwoner warm te begeleiden naar de juiste gespecialiseerde inzet. Dat kan bijvoorbeeld een consulent van de gemeente zijn die zorgt dat de inwoner toegang heeft tot een gespecialiseerde maatwerkvoorziening maar het kan ook een medische behandeling zijn via een specialist. Het proces stopt daar echter niet. We vinden het belangrijk dat wanneer een inwoner gespecialiseerde hulp heeft erop ingezet wordt om wanneer het kan de zorg weer af te schalen en terug te leiden naar het aanbod van algemene voorzieningen. De eigen kracht van de inwoner moet blijvend worden gestimuleerd. Daarin zijn alle betrokken organisaties aan zet en dit is iets waar we zowel binnen onze eigen gemeentelijke werkprocessen als in afspraken met uitvoeringsorganisaties op gaan sturen.

Rechtspraak bij dit artikel