Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Subsidieverordening Groenblauwe diensten Berg en Dal 2020

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: groenblauwe diensten: bovenwettelijke publieke prestaties gericht op realisatie van maatschappelijke wensen op terreinen als natuur, landschap, waterbeheer en recreatief medegebruik die passen binnen de Catalogus Groenblauwe Diensten; onderhoud: maatregelen aan bestaande landschapselementen met een cyclisch beheer ten behoeve van duurzame instandhouding; landschapselement: in het landschap voorkomende ruimtelijke eenheid, inclusief de daarbinnen eventueel aanwezige recreatieve route, die voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in het gemeentelijk uitvoeringsprogramma (GUP) en als groenblauwe dienst voorkomt in de Catalogus Groenblauwe diensten; gemeentelijk uitvoeringsprogramma (GUP): het door de raad vastgestelde gebiedsuitvoeringsprogramma dat als bijlage 1 bij deze verordening is opgenomen, waarin is beschreven wat de voorwaarden zijn waaraan de op grond van deze verordening te subsidiëren activiteiten moeten voldoen; overeenkomst langlopende vergoedingstermijn: de bij de verleende subsidie behorende overeenkomst waarin de ontvanger van de subsidie en de gemeente zich voor een langlopende termijn verbinden tot het onderhoud van het (de) betreffende landschapselement(en) en het verstrekken van een vergoeding daarvoor; erf: een al dan niet omheind stuk grond met gebouwen en onbebouwde ruimte, die samen een functionele eenheid vormen. De onbebouwde ruimten tussen en rondom de gebouwen bestaan uit de tuin en de al dan niet agrarische gebruiksruimte; tuin: grond begroeid met sierbeplanting, inclusief de op deze grond aanwezige afscheidingen (haag, hek, muur of anderszins) die de afbakening vormen tussen deze grond en de omliggende grond; Catalogus Groenblauwe Diensten: door de Europese Commissie goedgekeurde Nederlandse Catalogus Groenblauwe Diensten; Landbouwsteunkader: Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014, C 204); grote onderneming: een onderneming waar minstens 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR overschrijdt, zoals bepaald in artikel 2, bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014. agromilieuklimaatverbintenissen: daarbij gaat het om landbouwers die vrijwillig milieu- klimaat en natuurvriendelijke landbouwpraktijken uitoefenen. De landbouwer moet dan actieve landbouwer zijn in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel