Naar hoofdinhoud

Artikel 11:

Herzieningsclausule, ambtshalve intrekking en areelgerelateerde betalingen

Onderdeel van Subsidieverordening Groenblauwe diensten Berg en Dal 2020

Onderstaande bepalingen (1. Herzieningsclausule, 2. ambtshalve intrekking 3. areelgerelateerde betalingen) zijn enkel van toepassing voor zover het agromilieuklimaatverbintenissen betreft, zoals bedoeld in type 4 Graskruidenstrook en type 5 Faunastrook. De subsidieverstrekker wijzigt de beschikking: als de krachtens titel VI, hoofdstuk I, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 vastgestelde toepasselijke dwingende normen uitgewerkt in bijlage 3 en 4 bij de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB van de minister van EZ, de krachtens artikel 4, lid 1, onder c), ii) en iii), van Verordening (EU) nr. 1307/2013 vastgestelde toepasselijke criteria en minimumactiviteiten en de toepasselijke minimumvereisten voor het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en andere toepasselijke dwingende voorschriften die bij nationaal recht zijn vastgesteld uitgewerkt in bijlage 3 bij de Beleidsregel verlagen subsidie POP van de Staatssecretaris van EZ , worden aangepast. als de beschikking de programmeringsperiode voor plattelandsontwikkeling 2014-2020 overschrijdt, wijzigt de subsidieverstrekker de beschikking overeenkomstig het voor de volgende programmeringsperiode geldende rechtskader. De subsidieverstrekker trekt de beschikking ambtshalve in met ingang van het moment waarop de subsidieontvanger de in de voorgaande leden bedoelde aanpassingen niet aanvaardt. De subsidie wordt ambtshalve verlaagd tot het bedrag dat overeenstemt met de periode tot het einde van de looptijd van de beschikking. Indien de subsidie afhankelijk is van het aantal hectaren, dient de subsidieontvanger de toepasselijke voorschriften inzake areaalgerelateerde betalingen na te leven die zijn vastgesteld in artikel 47 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en in op grond van die bepaling aangenomen gedelegeerde handelingen: Indien hetzij het onder een verbintenis vallende volledige areaal, of een deel ervan, hetzij het gehele bedrijf aan een andere persoon wordt overgedragen gedurende de looptijd van die verbintenis, kan de verbintenis of het deel ervan dat met de areaaloverdracht overeenstemt, voor de resterende looptijd door die andere persoon worden overgenomen of kan zij vervallen, en wordt geen terugbetaling verlangd voor de periode waarin de verbintenis daadwerkelijk is nagekomen. Indien een begunstigde een aangegane verbintenis niet verder kan nakomen omdat zijn bedrijf of een deel daarvan wordt herverkaveld of binnen een ruilverkaveling van overheidswege of een door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde ruilverkaveling valt, neemt de gemeente de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de verbintenis aan de nieuwe bedrijfssituatie worden aangepast. Is deze aanpassing onmogelijk, dan eindigt de verbintenis en wordt geen terugbetaling verlangd voor de periode waarin de verbintenis daadwerkelijk is nagekomen. In gevallen van overmacht en de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde uitzonderlijke omstandigheden hoeft de ontvangen steun niet te worden terugbetaald. De uitzonderlijke omstandigheden zijn: de begunstigde is overleden; de begunstigde is langdurig arbeidsongeschikt geworden; het bedrijf is zwaar getroffen door een ernstige natuurramp; de veehouderijgebouwen op het bedrijf zijn door een ongeluk verloren gegaan; al het vee of alle landbouwgewassen van de begunstigde of een gedeelte ervan zijn getroffen door respectievelijk een epizoötie of een plantenziekte; het volledige bedrijf of een groot deel daarvan is onteigend, indien deze onteigening op de dag van indiening van de aanvraag niet was te voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel