Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 4

Normvergoeding stichtingskosten

Onderdeel van Integraal Huisvestigingsplan 2024- 2039 Rijssen- Holten

1.. In de verordening wordt de omvang van scholen niet meer uitgedrukt in lokalen maar in m² bvo (bruto vloeroppervlakte). De stichtingskostenvergoeding bestaat bij vervangende nieuwbouw en uitbreiding uit een startbedrag en een bedrag per m² bvo. 2.. In de basis dient te worden voldaan aan artikel 2 Bbl van deze beleidsregels. Financiering van de stichtingskosten bij vervangende nieuwbouw en uitbreiding op basis van het Bbl behoren daarmee voor 100% aan de gemeente. De VNG-normbedragen zijn daarin een richtlijn, waarbij de daadwerkelijke stichtingskosten na aanbesteding bepalend zijn. 3.. Alle extra kosten die worden gemaakt voor kwaliteitsverbeteringen en de onomkeerbare maatregel van Bbl (BENG-eisen) naar ENG van een schoolgebouw, komen voor rekening van het schoolbestuur. In lijn van de ENG ambitie is bij vervangende nieuwbouw en uitbreiding de afspraak gemaakt dat het schoolbestuur bijdraagt in 10% van de bekostiging, zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel. De bijdrage wordt gebruikt voor de exploitatie verbeterende maatregelen boven op de eisen van het Bbl en de VNG-normbedragen. Naast de exploitatie verbeterende maatregelen gaat het dan ook om de onomkeerbare maatregelen om de sprong van BENG naar ENG te kunnen maken. Het schoolbestuur kan voor dit deel een beroep doen op de duurzaamheidslening in artikel 6. 4.. Bij het naar voren halen van voorzieningen (anders dan renovatie zoals vermeld in artikel 7 van deze beleidsregels en niet opgenomen in dit IHP) wordt een hogere eigen bijdrage van het schoolbestuur verwacht. Voor ieder jaar eerder dan de termijn van 60 jaar zal het schoolbestuur zelf 1,67% van de werkelijke kosten voldoen. 5.. Afrekening vindt plaats op basis van de notitie nieuwbouw onder de onderwijshuisvestingsverordening. De vraag is hoe bij nieuwbouw en uitbreiding van scholen om te gaan met het bouwkrediet (normvergoeding die geldt als een taakstellend maximum) in relatie tot de te realiseren bvo. Bij nieuwbouw of uitbreiding kunnen zich namelijk verschillende situaties voordoen, bijvoorbeeld als een schoolbestuur voor eigen rekening extra ruimte wil realiseren. Aan de hand van een voorbeeld (zie de bijlage) wordt bezien welke situaties zich kunnen voordoen en hoe we daarmee om willen gaan bij de afrekening en de vaststelling van de werkelijke/fictieve bvo van de nieuwe school.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel