**1..** Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 december in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de begroting wordt behandeld de kadernota aan de raden voor zienswijze. De gemeenteraden geven uiterlijk 1 maart hun zienswijze over de kadernota aan het dagelijks bestuur van het recreatieschap. Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van de kadernota schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
**2..** Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de meerjarenbegroting, vergezeld van een toelichting, vóór 15 april van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient aan de raden van de deelnemers en gelijktijdig aan het algemeen bestuur.
**3..** De ontwerpbegroting wordt op initiatief van de besturen van de deelnemers en voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
**4..** De raden van de gemeenten geven uiterlijk 25 juni hun zienswijze over de ontwerpbegroting aan het dagelijks bestuur van het recreatieschap. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, en biedt deze vervolgens aan het algemeen bestuur aan. Het algemeen bestuur reageert ter vergadering gemotiveerd op deze zienswijzen.
**5..** Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting vóór 15 juli schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
**6..** Het tweede, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
HOOFDSTUK IX:
Artikel 26
Voorbereiden begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Geestmerambacht