Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12:

Artikel 38

Wijziging van de regeling, evaluatie

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking West-Brabant

1.. De regeling kan door de deelnemers worden gewijzigd op voorstel van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur van de BWB, maar ook het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen het algemeen bestuur oproepen om een wijzigingsvoorstel vast te stellen. Het algemeen bestuur kan vervolgens bepalen dat het dagelijks bestuur de deelnemers eerst om hun schriftelijke en gemotiveerde zienswijze over een beoogde wijziging vraagt, voordat de deelnemers besluiten over het voorstel tot wijziging. 2.. Het dagelijks bestuur zendt de deelnemers het voorstel tot wijziging en het advies van het algemeen bestuur daarover toe en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit over de voorgestelde wijziging. Van hun besluit stellen de deelnemers het dagelijks bestuur schriftelijk in kennis. 3.. Het dagelijks bestuur van het waterschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van het algemeen bestuur van het waterschap dan wel de raden van de gemeenten. 4.. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer tweederde van de deelnemers op de wijze als vermeld in lid 2 zich daarvoor heeft verklaard. 5.. In afwijking van de vorige leden van dit artikel kan een wijziging of intrekking van artikel 31 lid 2 en van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling. 6.. De werkwijze en het functioneren van de BWB worden vierjaarlijks geëvalueerd. Op voorstel van het algemeen bestuur kan tussentijds tot een evaluatie worden overgegaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel