Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Proefplaats

Onderdeel van Nadere regels Re-integratie Participatiewet 2024 gemeente Zundert

1.. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2.. Voor de persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de wet, kan de periode van de proefplaats worden gebruikt voor de vaststelling van de loonwaarde. 3.. Een proefplaats mag niet gecombineerd worden met een werkstage tenzij er sprake is van de volgende omstandigheden: de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie; en de persoon heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt; en de periode van werkstage of proefplaats wordt te kort geacht om te komen tot een reële loonwaardebepaling. 4.. Bij het aangaan van een proefplaats dient de werkgever een overeenkomst aan te gaan met de betreffende persoon en de gemeente. De overeenkomst bevat ten minste: een beschrijving van de werkzaamheden die de persoon gaat verrichten; en de duur van de proefplaats; en de wijze van begeleiding van de persoon door de werkgever; en de intentie van de werkgever tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor minimaal 6 maanden na afloop van de proefplaats; en de wijze waarop de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering geregeld is. 5.. Indien het na afloop van de periode van proefplaats daadwerkelijk komt tot een arbeidsovereenkomst is het de werkgever niet toegestaan hierbij nog een proeftijd toe te passen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel