Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5:

Artikel 22:

Kadernota en (meerjaren)begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling 'Regionaal Archief Zuid-Utrecht’

1.. Het bestuur maakt jaarlijks een ontwerpkadernota op en zendt deze vóór 1 januari van het jaar voorafgaande aan het betreffende begrotingsjaar, toe aan de raden van de deelnemers. De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze binnen acht weken na de datum van toezending van de ontwerpkadernota, dat wil zeggen uiterlijk 1 maart, naar voren brengen. Het bestuur zendt de raden vervolgens vóór 30 april de vastgestelde kadernota toe. 2.. Het bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting op, inclusief meerjarenraming en toelichting, voor het volgende boekjaar. Het bestuur zendt deze vóór 30 april toe aan de raden van de deelnemers. 3.. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Bovendien wordt deze op de website van het Regionaal Archief Zuid-Utrecht gepubliceerd. 4.. De raden van de deelnemers kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting binnen twaalf weken na de datum van toezending, dat wil zeggen uiterlijk 23 juli, naar voren brengen. 5.. Het bestuur stelt de raden van deelnemers voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6.. Het bestuur behandelt het ontwerp van de begroting onder bijvoeging van de zienswijzen van de raden en stelt uiterlijk op 14 september voorafgaand aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast. 7.. Nadat deze is vastgesteld, zendt het bestuur binnen twee weken, maar in ieder geval vóór 15 september, de begroting aan gedeputeerde staten. Gelijktijdig zendt het de begroting aan de raden van de deelnemers, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8.. Het bepaalde in de leden 2 tot en met 7 is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van de in lid 7 genoemde datum. Het bepaalde in de leden 2 tot en met 6 is niet van toepassing op begrotingswijzigingen die budgetneutraal zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel