Het college en de burgemeester verlenen de medewerker het mandaat om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten, waaronder de vertegenwoordiging in rechte (bij bezwarencommissies en gerechtelijke instanties), die in het kader van een goede uitoefening van zijn taken en bevoegdheden nodig zijn.
Het gestelde in het eerste lid geldt uitsluitend wanneer het passend is binnen de algemene bepalingen en voorwaarden en beperkingen zoals genoemd in de artikelen 3 en 4.
Het gestelde in het eerste lid geldt niet als de bevoegdheid is voorbehouden zoals in de artikelen 5 en 6 aangegeven.