De aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor een pré-mantelzorgwoning gaat naast de wettelijk voorgeschreven stukken in ieder geval vergezeld van de volgende informatie en stukken:
volledige (persoons)gegevens van de gebruiker(s) van de pré-mantelzorgwoning en de sociale relatie tussen verzoekers;
bewijs van eigendom van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot het doen van de aanvraag;
adres en kadastrale gegevens van de niet-zelfstandige woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft;
het aantal personen dat de pré-mantelzorgwoning gaat bewonen;
een plattegrond van de bestaande en nieuwe situatie, voorzien van maatvoering en parkeermogelijkheden.
bij voortschrijdende aandoening: medische indicatie waaruit blijkt dat er sprake is van een voortschrijdende aandoening bij zorgvrager die binnen een termijn van 10 jaar waarschijnlijk tot mantelzorgbehoefte zal leiden. De medische indicatie dient verstrekt te worden door een (huis) arts, sociaal-medische adviseur of (andere) relevante specialist en geeft een beschrijving van de verwachte progressiviteit van de aandoening.
In het besluit tot verlenen van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor een pré-mantelzorgwoning vermeldt het college in ieder geval de volgende informatie:
het adres van pré-mantelzorgwoning waarop de buitenplanse omgevingsplanactiviteit betrekking heeft;
de eventuele voorwaarden en voorschriften die aan de buitenplanse omgevingsplanactiviteit zijn verbonden.
Als voorwaarde bij het besluit wordt in ieder geval opgenomen dat de buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet mag leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft. Tevens wordt als voorwaarde gesteld dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in en om de pré-mantelzorgwoning en er mag geen onevenredige afbreuk plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van belendende erven en bedrijven. De maximale termijn bedraagt 10 jaar.
Het college weigert een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor een pré-mantelzorgwoning als;
er geen sprake is van een sociale relatie tussen gebruiker(s) van de pré-mantelzorgwoning en de eigenaar van het perceel waar de pré-mantelzorgwoning wordt gesitueerd;
de gebruiker(s) van een pré-mantelzorgwoning niet de leeftijd van 60 jaar heeft/hebben bereikt of geen sprake is van een voortschrijdende aandoening;
er sprake is van permanente woningsplitsing of andersoortige toevoeging van zelfstandige permanente woonruimte;
de pré-mantelzorgwoning de maximale toegestane bestaande bebouwingsmogelijkheden op grond van het omgevingsplan met in begrip van de regels voor vergunningvrij bouwen overschrijdt;
vast staat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit zou leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;
niet geparkeerd kan worden op eigen terrein of als het niet mogelijk is dat er één extra parkeerplaats gemaakt kan worden onder conditie dat de parkeerdruk in het openbaar gebied niet onevenredig hoger wordt;
het (deel van het) gebouw waarvoor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit is aangevraagd niet voldoet aan geldende wet- en regelgeving zoals het Bouwbesluit.
Intrekken
Het college kan het besluit intrekken als vergunninghouder één jaar na het onherroepelijk worden van het besluit geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning of de reeds gerealiseerde pré-mantelzorgwoning langer dan een jaar niet gebruikt is;
Het college gaat niet eerder tot intrekking van het besluit over, dan dat degene voor wie het besluit tot intrekking wordt genomen bij aangetekende brief is gewaarschuwd dat hij het besluit zal intrekken. Als voor een door hem te bepalen datum niet zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat alsnog aan de desbetreffende bepalingen van deze beleidsregel wordt voldaan en hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens het college te doen horen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 9
pré-mantelzorgwoningen (niet langer dan 10 jaar)
Onderdeel van Beleid buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zonder bindend advies en nadeelcompensatie gemeente Eersel