Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3º, Wet op de economische delicten: Artikel 3.1: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen; Artikel 3.2: Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen; Artikel 3.3: Afzonderlijk ter inzameling aanbieden; Artikel 3.4: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel voor de gebruiker van een perceel; Artikel 3.5: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van een groep percelen; Artikel 3.6: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau; Artikel 3.7: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau; Artikel 3.8: Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder nzamelmiddel; Artikel 3.9: Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden;Artikel 3.10: Het in bijzondere gevallen ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen; Artikel 4.1 lid 1: Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst; Artikel 4.1 leden 2 en 3: Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst; Artikel 5.1: Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging; Artikel 5.2: Achterlaten van straatafval; Artikel 5.3: Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen; Artikel 5.4: Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren; Artikel 5.5: Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal; Artikel 5.6: Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden; Artikel 6.1: Verbod op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen; Artikel 6.2: Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden.