Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1.

Artikel 4.1.2.

Woonkostentoeslag bij een koopwoning

Onderdeel van Richtlijnen Bijzondere Bijstand Huizen

Voorwaarden Aan een belanghebbende die een eigen woning bezit, die tevens door hem wordt bewoond en waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering vormt voor toekenning van de huurtoeslag wordt een woonkostentoeslag verstrekt. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die de belanghebbende gelet op zijn leefomstandigheden en financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag voor woonkosten per maand zou ontvangen. Indien de woonkosten van de koopwoning het bedrag genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag te boven gaan is verlening van bijzondere bijstand mogelijk, voor zover door een wijziging in inkomsten of een gewijzigde situatie wat betreft inwoning de woonkosten niet zelf meer volledig kunnen worden voldaan. De woonkostentoeslag wordt verstrekt voor een periode van maximaal zes maanden. Deze periode kan worden verlengd - indien en voor zover - bijzondere individuele omstandigheden daartoe noodzaken en belanghebbende voldoet aan de voorwaarden genoemd in lid 5. De maximum termijn waarover een woonkostentoeslag verleend kan worden bedraagt (zeer bijzondere gevallen daargelaten) twee jaar. Aan de woonkostentoeslag wordt met toepassing van artikel 55 van de Participatiewet, de voorwaarde verbonden dat de belanghebbende naar vermogen probeert een goedkopere woonruimte te vinden (verhuisplicht), waarvan de huur in overeenstemming is met zijn inkomen. belanghebbende dient woonruimte te zoeken binnen een straal van 30 kilometer van zijn huidige woning. Van zijn inspanningen dient de belanghebbende bewijsstukken te overleggen. De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend op dezelfde manier als de huurtoeslag. Voor het gedeelte van de woonkosten boven de huurgrens wordt 100% woonkostentoeslag toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel