Bij de beoordeling van leidinggevenden of exploitanten van horecabedrijven worden de onderstaande punten in ogenschouw genomen:
Wat voor type zaak betreft het?
Een lunchroom, shishalounge en coffeeshop zijn verschillend van karakter/aard en trekken overwegend een ander publiek aan. Het verschil in karakter en doelgroep van deze gelegenheden kan leiden tot andere risico's en verantwoordelijkheden voor de exploitanten en leidinggevenden. Coffeeshops moeten bijvoorbeeld voldoen aan regelgeving met betrekking tot de verkoop van cannabisproducten, terwijl shishalounges te maken kunnen krijgen met regelgeving met betrekking tot tabaksgebruik.
In welke periode zijn de feiten gepleegd?
In beginsel worden slechts feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Uitgezonderd informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten; waarbij mogelijk een langere terugkijktermijn geldt. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de levensgedragtoets.
Hebben er de afgelopen vijf jaar geen feiten voorgedaan die relevant zijn voor de levensgedragtoets, dan zal de vergunning niet worden geweigerd of ingetrokken op grond van slecht levensgedrag.
Bij de berekening van de periode van vijf jaar gelden de volgende uitgangspunten:
De pleegdatum is in beginsel leidend (uitgezonderd de imperatieve weigeringsgronden uit de Alcoholwet).
Voor de berekening van de laatste vijf jaar telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan niet mee.26De exploitant en/of leidinggevende was in deze periode beperkt in de bewegingsvrijheid en niet (geheel) vrij om zelfstandig te handelen en het levensgedrag kan over deze periode niet volledig worden getoetst.
De datum van het primaire besluit over het levensgedrag op de aanvraag van de exploitatievergunning, de tussentijdse bijschrijving van een exploitant en/of leidinggevende of intrekking van de exploitatievergunning is de peildatum voor vaststellen van de periode van vijf jaar.
Indien er sprake is van een patroon of een hoge frequentie van (soortgelijke) feiten, kunnen ook gedragingen en/of veroordelingen die langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken.
Wat voor type feiten betreft het?
In bijlage I staat een overzicht van de meest belangrijke feiten die meewegen in de levensgedragtoets. Bij het beoordelen van het type feiten wordt gekeken naar de ernst van het feit en de belangen die de strafbaarstelling/handhaving van het feit beoogt te beschermen.
Bij de levensgedragtoets gaat het om gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant/leidinggevende als verantwoordelijke voor de exploitatie het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf, de openbare orde of de veiligheid nadelig beïnvloedt. Ook wordt rekening gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin kunnen worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren. Het gaat dan om een patroon waaruit blijkt dat de betrokkene de voor hem geldende regels niet naleeft, zodat ook dan de vrees voor een negatieve beïnvloeding van het woon- en leefklimaat en/of de openbare orde en de veiligheid bestaat.27ECLI:NL:RVS:2020:2169.
Zijn de feiten aan de zaak te relateren?
Het is niet vereist dat de feiten aan een horeca inrichting te relateren zijn. Als dit wel het geval is, kan dit zwaar meewegen. Denk bijvoorbeeld aan een leidinggevende die tijdens de uitoefening van zijn functie betrokken is geraakt bij geweldsincidenten of een leidinggevende die onder invloed van middelen verkeert tijdens de uitoefening van zijn functie.
Opgelegde straf
Is er een straf of een maatregel opgelegd en hoe hoog is deze straf of maatregel?
Ook transacties en beschikkingen tellen mee. Het is niet vereist dat er een straf is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag.
Leeftijd op pleegdatum en huidige leeftijd van betrokkene
Ook (strafbare) feiten gepleegd als minderjarige worden bij de beoordeling betrokken. 28ECLI:NL:RVS:2018:4277.Bij de beoordeling speelt de leeftijd waarop het feit is gepleegd, de ernst van het feit en de ontwikkeling op latere leeftijd een rol.
Openbare orde sluiting op last van de burgemeester
Indien de exploitant of leidinggevende verwijtbaar en/of nalatig betrokken is geweest bij een pand dat op last van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet, artikel 174a Gemeentewet, artikel 175 Gemeentewet, artikel 2.10 APV of artikel 3.37 APV is gesloten dan speelt dit een rol bij de beoordeling.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2.
Artikel 2.2.2.
Beoordelingsaspecten horecabedrijven
Onderdeel van Beleidsregel levensgedrag en wijze van bedrijfsvoering 2024