Indien belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in
het bestaan is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking, naar
het oordeel van het college een verplichting als bedoeld in
artikel 13 van de wet, Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, art.
30c of een op grond van hoofdstuk III van de wet
aan de uitkering verbonden verplichting niet of onvoldoende
nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer
ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een
maatregel opgelegd.
Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de
mate waarin belanghebbende de gedraging kan worden verweten en
de omstandigheden waarin hij verkeert.
Indien belanghebbende over het in aanmerking te nemen tijdvak
zich al eerder schuldig heeft gemaakt aan maatregelwaardige
gedragingen wordt bij de bepaling van de zwaarte van de
maatregel hiermee rekening gehouden.
Hoofdstuk
Artikel 2.
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente Steenbergen