**a..** Harddrugs: Alle middelen genoemd op lijst I van de Opiumwet.
**b..** Softdrugs: Alle middelen genoemd op lijst II van de Opiumwet.
**c..** Handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van softdrugs of harddrugs – in al zijn verschijningsvormen - dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; onder handel wordt mede verstaan een mondelinge overeenkomst tot koop, verkoop van drugs, waarbij aflevering of logistieke handelingen elders plaatsvinden;
**d..** Drugsproductie: het telen of bereiden van drugs;
**e..** Drugslaboratorium: een pand dat als een kleine, chemische fabriek wordt gebruikt en/ of geschikt is of wordt gemaakt voor de productie van synthetische drugs zoals ecstasy, MDMA, cocaïne, GHB en waarbij de chemische processen zijn gericht op het vervaardigen van een handels-hoeveelheid (hard)drugs.
**f..** Productiemiddel voor drugs: een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a van de Opiumwet;
**g..** Handelshoeveelheid: wanneer er sprake is van een handelshoeveelheid drugs is de burgemeester in beginsel bevoegd om van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b Opiumwet gebruik te maken. Wat nu als handelshoeveelheid geldt is afhankelijk van het soort drugs.
In het geval van softdrugs (o.a. hennep of hasjiesj) wordt bij een hoeveelheid van meer dan 5 hennepplanten/-stekken aangenomen dat er sprake is van beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt. Er is in dat geval geen sprake van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik. Een hoeveelheid van meer dan 5 gram softdrugs brengt al ook het risico van overdraagbaarheid of handel met zich mee. In de aanwijzing Opiumwet wordt een hoeveelheid vanaf 30 gram softdrugs genoemd als zijnde een hoeveelheid waarop vanuit het Openbaar ministerie (eerste en enige) opsporingsprioriteit geldt.
In geval van harddrugs wordt meer dan 0,5 gram harddrugs als een handelshoeveelheid aangemerkt en is toepassing van artikel 13B van de Opiumwet gerechtvaardigd. Hierbij wordt 1 tablet c.q. 1 pil c.q. 1 ampul c.q. 1 gemiddelde consumptie-eenheid gelijkgesteld met 0,5 gram.
In overzicht:
Harddrugs (lijst I)
Softdrugs (lijst II)
Hennepplanten (lijst II)
Meer dan (˃) 0,5 gram
Meer dan (˃) 5 gram
Meer dan (˃) 5 planten
Voor GHB (is een harddrug voorkomend op lijst I) geldt 5 ml als gemiddelde consumptie-eenheid. Een hoeveelheid van meer dan 0,5 gram/ meer dan 5 ml harddrugs brengt het risico van overdraagbaarheid met zich mee en geldt daarmee als handelshoeveelheid.
De voornoemde hoeveelheden worden in dit Handhavingsbeleid in ieder geval beschouwd als een handelshoeveelheid drugs, bedoeld voor het verkopen, afleveren, verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn in de zin van artikel 13b van de Opiumwet. Hierbij geldt de “omgekeerde bewijslast”, dat wil zeggen dat het behoudens tegenbewijs van betrokkene/ overtreder het aannemelijk is dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking.
De verboden van de Opiumwet gelden niet alleen voor middelen als genoemd in lijst I en II, maar ook voor middelen die vooruitlopend op plaatsing op lijst I of II, zijn aangewezen bij regeling van de Minister (van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet.
**h..** Voorbereidingshandelingen: in deze beleidsregel wordt onder voorbereidingshandelingen verstaan: het voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, van de Opiumwet of artikel 11a van de Opiumwet.
Die bepalingen vereisen dat degene die het voorwerp of de stof in de woning of het lokaal of op het erf voorhanden heeft, weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het voorwerp of de stof bestemd is voor onder meer het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, respectievelijk voor grootschalige en/of professionele hennepteelt. De situatie zal van dien aard moeten zijn dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het om strafbare voorbereidingshandelingen gaat.
**i..** Grootschalige en/of professionele hennepteelt:
Artikel 11a van de Opiumwet stelt alleen de voorbereiding strafbaar van teelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet) dan wel de voorbereiding van teelt van een grote hoeveelheid (als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet). Bij de vaststelling van hetgeen wat beroeps- of bedrijfsmatige (hierna: professionele) teelt is, spelen de volgende factoren, terug te vinden in de Aanwijzing Opiumwet, een rol:
**•.** De schaalgrootte van de teelt: de hoeveelheid planten; Bij een hoeveelheid van 5 planten of minder wordt in beginsel aangenomen dat er geen sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Deze situatie wordt gelijk behandeld als de situatie waarin wordt geconstateerd dat sprake is van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik;
**•.** De mate van professionaliteit, afgemeten aan het soort perceel waarop geteeld wordt, belichting, verwarming, bevloeiing, etc. (opgenomen in bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet);
**•.** Indien, ongeacht de hoeveelheid planten, wordt voldaan aan twee of meer punten, genoemd in de lijst indicatoren met betrekking tot de mate van professionaliteit, zoals opgenomen in bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet, wordt aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen;
**•.** Het doel van de teelt. Indien er sprake is van het telen van hennep om geldelijk gewin te verkrijgen, wordt, ongeacht de hoeveelheid planten, aangenomen dat er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen.
**j..** Woning:
Een gebouw/ deel van een gebouw dat bestemd is tot bewoning als bedoeld in artikel 13b Opiumwet. Of een ruimte een woning is, wordt niet enkel bepaald door uiterlijke kenmerken zoals de bouw en aanwezigheid van een bed en ander huisraad, maar ook door de daadwerkelijk daaraan gegeven bestemming en feitelijke (woon)situatie. Het begrip ‘woning’ omvat ook andere vormen van wonen, zoals woonwagens, woonschepen en woonketen. Daarnaast kan ook in een schip of in een tent, caravan, keet of barak een woning zijn ingericht. Ook gebouwen zoals bergingen, garages, schuren en stallen, welke op hetzelfde perceel als de woning zelf staan of aan de woning toebehoren, kunnen vallen onder het begrip woning. Tijdelijke afwezigheid van de bewoner, bijvoorbeeld wegens vakantie of opname in een ziekenhuis, leidt er niet toe dat de ruimte het karakter van woning verliest;
**k..** Schijnwoning:
Soms is sprake van schijnbewoning. Er wordt dan de indruk van bewoning gesimuleerd, bijvoorbeeld door het plaatsen van wat schaars meubilair in de woonkamer. Dat in de woning wordt geslapen, bijvoorbeeld blijkende uit de aanwezigheid van een slaapzak en dat gebruikte kleding wordt aangetroffen, maakt niet dat sprake is van bewoning. Gebruik voor woondoeleinden met een meer dan incidenteel karakter is dan niet aannemelijk. De feitelijke constatering over het gebruik van de woning wordt vastgesteld op het moment van constatering van de overtreding van de Opiumwet door de politie. Bij een onbewoonde woning of bij schijnbewoning wordt conform dit beleid de matrix toegepast die geldt voor een lokaal;
**l..** Gebruik als woning:
Bewoning als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM);
**m..** Pand:
Een woning of een gebouw;
**n..** Lokaal:
Voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen).
**o..** Recidive:
De herhaling van strafbaar gesteld gedrag op grond waarvan de burgemeester toepassing kan geven aan artikel 13b Opiumwet. De termijn voor recidive in de toepassing van dit Handhavingsbeleid wordt gesteld op 5 jaar.