Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening Gemeente Tilburg 2024

In deze verordening wordt verstaan onder: Bebouwingscontour houtkap: bebouwde kom vastgesteld in het kader van artikel 11.111 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). begeleidingssnoei: methode van snoeien die een jonge boom ‘begeleidt’ naar het eindbeeld; snoei in de tijdelijke kroon. De tijdelijke kroon bestaat uit alle takken die geleidelijk weggenomen worden om zo de takvrije stam te vormen. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet. bijdrageregeling bomen: gemeentelijk fonds voor de ondersteuning van particuliere eigenaren voor controle en duurzaam onderhoud van houtopstanden die onderdeel zijn van de Kaart Monumentale Bomen Tilburg (KMBT) en voor groeiplaatsverbetering van bomen in eco- en klimaatwaarde. bomeneffect-analyse (BEA): een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw (huizen, wegen, riolering, kabels en leidingen) of aanleg voor een houtopstand op basis van de meest actuele versie van het handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een boomdeskundige. boomdeskundige: deskundige met een door een erkend instituut afgegeven certificaat European Tree Technician of deskundige met aantoonbare en vergelijkbare kennis van houtopstanden en boomveiligheid. boomwaarde zoneringskaart: topografische overzichtstekening “boomwaarde zoneringskaart Tilburg” met daarop aangegeven zones met boomwaarden van houtopstanden; eco-, klimaat- en basiswaarde. De boom-waarde zoneringskaart (BWZ-kaart) wordt door het college van Burgemeester en wethouders vastgesteld. buiten-zone: gebied gelegen buiten de ‘bebouwingscontour houtkap’ volgens het omgevingsplan. In dit gebied kunnen ook houtopstanden met een ecowaarde en bomen van de KMBT voorkomen. Deze bebouwingscontour staat op de topografische overzichtstekening “boomwaarde zoneringskaart Tilburg”. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg. compensatieregeling bomen: gemeentelijk fonds voor herplant van houtopstanden en aanleg van groeiplaatsen. Deze regeling maakt onderdeel uit van de Reserve Natuurontwikkeling. dunning: vellen dat uitsluitend is bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van na dunning overblijvende houtopstand. dunningsplan: plan waarin reden, uitvoer en gevolg dunning nader is omschreven. eigenaar-bewoner: een natuurlijk persoon, die de eigendom van een pand heeft en die blijkens de gemeentelijke basisadministratie in dat pand woonachtig is. erf: een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen om bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. herplant: het opnieuw (elders) planten van een te verplanten houtopstand (ook wel verplanten genoemd) en/of het vervangen van een gevelde houtopstand door een nieuwe houtopstand op grond van een voorschrift als van artikel 10 of als herstelsanctie van artikel 11. houtopstand: overblijvend levend of dood houtig gewas van één of meer bomen, hakhout, een houtwal of houtsingel, lintbegroeiing, een beplanting van bosplantsoen, een struweel, heg of haag, windschermen of het betreffen houtachtigen die zijn aangeplant in het kader van herplantplicht. boom: een houtig opgaand overblijvend levend of dood gewas met een stamomtrek van minimaal 40 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. Voor bomen in artikel 13 geldt geen minimale stamomtrek. bosplantsoen: aanplant van (jonge) bomen en heesters, hoofdzakelijk bestaande uit heesters, struiken en boomvormers, gelegen binnen de bebouwingscontour houtkap, die op zo’n manier onderhouden wordt dat er een gelaagdheid ontstaat, waarbij de onderste laag voldoende licht krijgt om zich te ontwikkelen. boomvormer: kleine jonge boom die uiteindelijk tot een grote volwassen boom kan uitgroeien. hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na periodiek terugkerende snoei, opnieuw op de stronk uitlopen. heg of haag: een rij van naast elkaar geplaatste struiken/heesters, al dan niet in een vorm gesnoeid, die vaak een afscheiding of omheining vormt met een minimale lengte van 3 meter. houtwal of houtsingel: bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit heesters, struiken en boomvormers gelegen buiten de bebouwingscontour houtkap. lintbegroeiing: een lijnvormige begroeiing bestaande uit heesters, struiken en/of bomen (bijv. hagen en heggen) met een minimale breedte van 0,75 meter een minimale hoogte van 1,30 meter. heester of struik: een verhoutende plant met een stengel die zich reeds van de grond af veelal in min of meer stevige, houtige takken verdeeld. struweel: een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken windscherm: dichte lineaire beplantingen, met als doel om een tuin, park of akker te beschermen tegen wind en een gunstiger klimaat te creëren. huurder-bewoner: een natuurlijk persoon, die een huurovereenkomst van de eigenaar van het pand heeft en die blijkens de gemeentelijke basisadministratie in dat pand woonachtig is. inboet: het opnieuw inplanten van houtopstanden, binnen 2 jaar na aanplant van een op die plaats weggevallen of wegkwijnende houtopstand. kandelaberen: het tot op de hoofdtakken snoeien/inkorten van een houtopstand. kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van een houtopstand. KMBT: Kaart Monumentale Bomen Tilburg, vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen. kweekgoed: houtopstanden, gekweekt door rechtspersoon en bedoeld voor verkoop. monetaire boomwaarde: de monetaire waarde van een boom en houtige gewassen, zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB) of de tabel uit de meest recente uitgave van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. monumentale boom: solitair of in groepsverband staande houtopstand, die staat vermeld op de KMBT. noodkap: er is sprake van een dode/terminale/onstabiele houtopstand die acuut gevaar oplevert voor bebouwing, bewoners, gebruikers van het perceel of weggebruikers. De houtopstand mag onmiddellijk geveld worden. omgevingsvergunning: de vergunning als bedoeld in de omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in combinatie met artikel 22.8 van de Omgevingswet ((te doen) vellen van een houtopstand). onrechtmatige hinder: hinder die aanmerkelijk verder gaat dan de hinder die een normale houtopstand met zich meebrengt. Niet elke vorm van hinder is onrechtmatig. Om de overlast van houtopstanden als onrechtmatig te beschouwen moet er sprake zijn van zwaarwegende en buitenproportionele hinder. oppervlakte tuin: de bij elkaar opgetelde oppervlakten van voor-, zij- en achtertuin horende bij een woning. reconstructieplan: een stedenbouwkundig herinrichtings-, reconstructie- of rioolvervangingsplan of een vergelijkbaar plan. regulier onderhoud: het in het kader van noodzakelijk periodiek (op regelmatige basis) terugkerend onderhoud tot behoud van de houtopstand. rooien: het geheel verwijderen van het bovengrondse en ondergrondse deel van een houtopstand. spoedkap: het vellen van een houtopstand moet op korte termijn (binnen 6 weken) plaatsvinden, echter er is geen sprake van gevaarzetting die onmiddellijk vellen nodig maakt. tuin: een begrensd, meestal omheind of afgeperkt stuk grond, behorend bij een gebouw dat is ingericht ten behoeve van het woon- en/of werkgenot (waarbij de tuin het perceel is minus het hoofdgebouw). vellen: betreft vellen, doen vellen of laten vellen. Dit is rooien, kappen, verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van voor de eerste keer kandelaberen of de eerste keer knotten; betreft het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. vormboom: Is een boom waarvan de takken van de kroon in een bepaalde richting geleid worden. Regelmatig wordt de boom teruggesnoeid tot op de gesteltakken. zelfstandige eenheid: houtopstanden die in ruimtelijke zin een aaneengesloten geheel vormen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel