De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerst volgende
kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het
opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is
bekendgemaakt. Indien over deze periode reeds een maatregel is
toegepast, wordt de maatregel aansluitend op deze periode
opgelegd. Bij de hoogte van de maatregel wordt uitgegaan van de
voor die maand geldende bijstandsnorm;
Bij een aanvraag om bijstand wordt de maatregel met ingang van
de ingangsdatum van de uitkering opgelegd;
In afwijking van lid 1 wordt de maatregel met terugwerkende
kracht opgelegd, voor zover de betaling van de bijstand is
opgeschort in de zin van artikel 54, lid 1 van de wet;
In afwijking van lid 1 wordt de maatregel met terugwerkende
kracht opgelegd, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van
de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 van de wet heeft geleid tot het ten
onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand en
wegens beëindiging van de bijstand het opleggen van een
maatregel, als bedoeld in lid 1 niet (geheel) mogelijk is. De
maatregel kan niet eerder ingaan dan de datum waarop de
maatregelwaardige gedraging zich heeft voorgedaan;
Bij de herziening van het recht op bijstand op grond van artikel 54, lid 3 van de wet wordt in deze
situatie rekening gehouden met de op te leggen maatregel met
terugwerkende kracht, alsmede met de terugvordering van de
daardoor teveel of ten onrechte verstrekte bijstand;
De herziening kan niet worden toegepast over een ander tijdvak
dan waarop de verwijtbare gedraging betrekking heeft. Indien een
opgelegde maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht
als bedoeld in artikel 17 van de wet wegens voortijdige
beëindiging van de bijstand en (volledige) herziening van de
bijstand naar het verleden toe, niet of niet volledig kan worden
geëffectueerd, wordt deze alsnog in de toekomst bij het recht op
bijstand betrokken, wanneer belanghebbende binnen één jaar na de
herzienings- en terugvorderings-datum van de bijstand opnieuw
bijstand gaat ontvangen.