De gemeenteraad heeft een kaderstellende en controlerende taak. De kaderstellende rol komt voor samenwerkingsverbanden op twee manieren tot uitdrukking. Ten eerste stelt de raad de algemene kaders vast voor samenwerking met andere gemeenten of partners. De raad bepaalt daarmee wat de gemeente wil.
Ten tweede stelt de raad de bestuurlijke kaders vast door middel van de gemeentelijke begroting en de vaststelling van de beleidskaders op de diverse gemeentelijke beleidsterreinen.
De kaderstellende rol van de raad komt naar voren in de goedkeuring bij een voorstel voor het aangaan van een samenwerking (veelal een gemeenschappelijke regeling) en bij het begrotingsmoment van een gemeenschappelijke regeling (= wettelijk geregeld). Bij de implementatie van de wijzigingen Wgr is de kaderstellende rol van de raad uitgebreid met de verplichting om in de GR afspraken te maken over welke besluiten een zienswijze van de raad moet worden gevraagd. Dit gold alleen voor de begrotingsprocedure. Daarnaast dient een zienswijze aan de raad te worden gevraagd voor wijziging/oprichting. Dit is aanvullend op de reeds te vragen toestemming.
De controlerende taak met betrekking tot verbonden partijen houdt in, dat de gemeenteraad controleert of de verbonden partij de afgesproken taak binnen de gestelde kaders uitvoert én of het college dit goed bewaakt en waar nodig bijstuurt. En vooral of deze bijdraagt aan de doelstelling die met die samenwerking wordt beoogd met een voldoende beheersing van de risico’s.
De gemeentelijke begroting vormt samen met de gemeentelijke jaarrekening de basis voor de controlerende taak. Bij de implementatie van de wijzigingen WGR is ondermeer de controlerende rol van de raad uitgebreid met het recht van onderzoek: (de mogelijkheid tot instelling) gemeenschappelijke onderzoekscommissie.
Hiervan wordt in onze regio geen gebruik van gemaakt.
De vragen voor de raad kunnen zijn:
Zijn de kaders in relatie tot de verbonden partij nog steeds actueel?
Worden de doelstellingen van de gemeente via de verbonden partijen binnen deze kaders gerealiseerd?
Is de verbonden partij nog steeds noodzakelijk en van toegevoegde waarde voor de taakuitvoering?
Zijn de (bestuurlijke en financiële) risico’s in relatie tot de verbonden partij aanvaardbaar en beheersbaar?
Wordt de raad tijdig, juist en volledig geïnformeerd? Hierbij loopt de reguliere informatie via het college.
Op welke wijze is de continuïteit bij de gemeente van een goed opdrachtgeverschap geborgd?
Is er aanleiding om het bestuur van een verbonden partij uit te nodigen de raad rechtstreeks te informeren. Hierbij gaat het om situaties waarbij de raad vermoedens/aanwijzingen heeft van een tekortschietend bestuur van een verbonden partij.
Is er aanleiding vanuit een verbonden partij inhoudelijk geïnformeerd te worden; een uitnodiging of een aanbod hiertoe loopt via het college.
In hoeverre zijn de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de gemeente in tact gelaten?
Is er een aanleiding om de deelname aan of sturing op de verbonden partij te wijzigen of te beëindigen?
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.1.1
Rol gemeenteraad
Onderdeel van Nota verbonden partijen gemeente Waterland 2024