De gemeente maakt onderscheid tussen faciliterend en restrictief beleid voor antenneplaatsing voor bepaalde gebieden.
Plaatsing van een antenne-installatie wordt getoetst aan de volgende criteria: stedenbouwkundige, landschappelijke, bouwtechnische, welstand, monumentale en maatschappelijke aspecten, waaronder het belang van mobiele connectiviteit. In een als ‘restrictief’ aangemerkt gebied gelden de ruimtelijke aspecten in versterkte mate.
Gebiedstypen en functies
Een gebiedsgerichte aanpak betekent dat bij de toetsingscriteria onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende gebiedstypen. De volgende gebieden worden onderscheiden:
Bebouwde kom
Bedrijventerreinen
Sportterreinen
Buitengebied
Vervolgens worden voor de gebiedstypen bebouwde kom en het buitengebied globaal vijf mogelijke functies onderscheiden:
Woonfunctie
Werkfunctie
Recreatieve functie
Infrastructurele functie
Natuur- en groenfunctie
De maatschappelijke beleving van antenne-installaties speelt ook een rol, daarom wordt in de gebiedsgerichte aanpak een restrictief beleid gehanteerd voor softe functies. In praktijk betekend dit dat onderstaand restrictief beleid gehanteerd wordt op terreinen van kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, basisscholen en/ of zorginstellingen. Hiermee wordt het kadastrale perceel bedoeld dat in eigendom is van; of verhuurd wordt aan, de betreffende organisatie.
2
Artikel 2.4
Gebiedsgerichte aanpak antenneplaatsing
Onderdeel van Antennebeleid Gemeente ’s-Hertogenbosch 2024