Binnen onze gemeente is er sprake van permanente bewoning van recreatiewoningen. In het verleden traden gemeenten niet altijd (adequaat) handhavend op tegen illegale permanente bewoning. Dit leidde ertoe dat er informele gedoogsituaties ontstonden, waarbij bewoners soms jarenlang illegaal permanent in een recreatiewoning verbleven. Wanneer gemeenten op een later moment alsnog tot handhaving overgingen verliep dit regelmatig moeizaam en had dit vaak ingrijpende gevolgen voor de betreffende bewoner(s). Daarom riep de toenmalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) gemeenten in een beleidsbrief van 11 november 2003 op om duidelijkheid te creëren en een keuze te maken voor legaliseren, handhaven of gedogen. Dat was het startsein voor veel gemeenten om voor permanente bewoning van recreatiewoningen specifiek handhavingsbeleid op te stellen, met daarbij de mogelijkheid tot het afgeven van een persoonsgebonden gedoogbeschikking. De minister stelde hierbij voor om uitsluitend bewoners voor een gedoogbeschikking in aanmerking te laten komen die hun recreatiewoning op de datum van 31 oktober 2003 onafgebroken permanent bewonen: de zogenoemde ‘peildatum’. Voor alle situaties van onrechtmatige bewoning die ná 31 oktober 2003 ontstaan, zou de gemeente volgens de minister dan over moeten gaan tot actief handhavend optreden. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet is de peildatum van 31 oktober 2003 vervallen.
Hoofdstuk
Artikel 1.4
Problematiek
Onderdeel van Beleidsregel handhaving permanente bewoning recreatiewoningen gemeente Het Hogeland