Een gedoogbeschikking vervalt:
Op het moment dat de overtreding door het verlenen van een vergunning is gelegaliseerd, in die zin dat de vergunning voorziet in de situatie waarvoor de gedoogbeschikking is verleend en voor zover de gedoogbeschikking met de vergunning in strijd is;
Wanneer sprake is van een gedoogtermijn, op het moment dat de gedoogtermijn, zoals gesteld in de gedoogbeschikking, is verstreken.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4
Vervallen van de gedoogbeschikking
Onderdeel van Beleidsregel handhaving permanente bewoning recreatiewoningen gemeente Het Hogeland