Wanneer de overtreding is beëindigd, ontvangt ‘de overtreder’ daarover een brief. Als de overtreding niet beëindigd is, vindt de verbeuring van de dwangsom plaats (gemandateerd). Op het moment dat dit geconstateerd is, moet een verbeuringsbrief verzonden worden waarin wederom de mogelijkheid voor het indienen van een zienswijze is opgenomen. Met deze zienswijze kan de overtreder feiten en omstandigheden aandragen waarom niet tot (gehele) invordering van het bedrag moet worden overgegaan. Ook wordt in de verbeuringsbrief de wettelijke betalingstermijn van zes weken opgenomen. Wanneer het bedrag niet binnen deze zes weken is betaald, wordt er een invorderingsbeschikking genomen, waarin rekening wordt gehouden met eventueel ingebrachte zienswijzen. Op het moment wanneer de overtreder wederom niet heeft betaald, wordt een aanmaning (gemandateerd) verzonden. Bij het uitblijven van betaling wordt de invordering van de verbeurde dwangsom in handen gesteld van een deurwaarder, die de dwangsom bij dwangbevel (gemandateerd) invordert. Mocht na afhandeling van het traject blijken dat de dwangsom niet heeft geleid tot het gewenste effect, dan wordt overwogen voor een ophoging van de dwangsom of het toepassen van last onder bestuursdwang.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.10
Invorderingsbeschikking, aanmaning en dwangbevel
Onderdeel van Beleidsregel handhaving permanente bewoning recreatiewoningen gemeente Het Hogeland